• complextype: de archeologische laag wordt geïnterpreteerd als een vermoedelijke betredings¬hori¬zont/oud loopvlak, maar mogelijk betreft het een veenterpje.• datering: op basis van de aangetroffen archeologische indicatoren wordt de vindplaats geda¬teerd in de Middeleeuwen-Nieuwe tijd. De aardewerkscherven aangetroffen tijdens het onder¬zoek in 2002 duiden mogelijk op een begindatering van de vindplaats in de IJzertijd. Het is echter onduidelijk uit welk niveau deze vondsten afkomstig zijn en of zij daadwerkelijk bij deze vindplaats behoren. Mocht dat wel het geval zijn, dan dateert de vindplaats in de periode IJzertijd t/m Nieuwe tijd.• diepteligging vondsten: de top van de archeologische laag met vondsten ligt op 0,35 tot 0,63 m -Mv (0,7 tot 1,55 m -NAP), de basis van de archeologische laag ligt op 0,6 tot 1,0 m -Mv (0,9 tot 1,75 m -NAP). • hoogte maaiveld: 0,28 tot 0,95 m -NAP• kwaliteit (gaafheid en conservering): de vindplaats wordt afgedekt door een natuurlijke klei¬laag. De vindplaats zal daarom grotendeels intact zijn. Alleen ten noorden van de vindplaats is de bodem diep verstoord. Als de vindplaats zich verder naar het noorden heeft uitgestrekt, dan is de archeologische laag hier nu niet meer aanwezig.Verwacht wordt dat archeologische artefacten, zowel anorganisch als organisch, goed geconserveerd zullen zijn gezien de aanwezigheid van baksteenpuin en verbrand organisch materiaal en de lithologische context waarin ze zich bevinden (klei). • geomorfologie: uit de geomorfologische kaart blijkt dat het onderzoeksgebied zich in een ont¬gonnen veenvlakte al dan niet bedekt met klei en/of zand bevindt. Het booronderzoek uit 2002 heeft echter uitgewezen dat de vindplaats zich op de westelijke flank van een keileemrug bedekt met dekzand bevindt.• vondsten: in de archeologische laag is een enkele spikkel houtskool aangetroffen. Deze waren te klein om te kunnen verzamelen. Tevens bevinden zich zeer kleine fragmenten baksteenpuin in de laag. Hiervan zijn twee fragmenten verzameld.• globale omvang vindplaats: de vindplaats is door middel van het aanvullende waarderend booronderzoek begrensd. De vindplaats heeft een onregelmatige, maar licht ovale vorm en een omvang van ca. 67 bij 74 m inclusief een buffer van 10 m rondom de vindplaats. Mogelijk heeft de vindplaats zich verder naar het noorden uitgestrekt. Hier is vanwege een diepe verstoring echter geen sprake (meer) van een vondstniveau.