Het proefsleuvenonderzoek heeft aangetoond dat zich in de ondergrond van het plan-gebied diverse archeologische grondsporen en vondsten bevinden die hoofdzakelijk uit de Romeinse tijd dateren, in het bijzonder uit de Flavische tijd en in mindere mate uit de vroegere eerste eeuw en uit de tweede eeuw na Chr.. De archeologische resten beperken zich tot het westelijke deel van het onderzochte terreindeel en behoren zeer waarschijnlijk tot de oostelijke periferie van de even westelijk gelegen vindplaats 65. Overigens zijn tijdens het onderzoek geen aanwijzingen gevonden voor menselijke activiteiten uit de vroege ijzertijd, terwijl in de nabijheid van de proefsleuven in 2002 toch diverse grondsporen uit deze periode zijn aangetroffen.De grondsporen uit de Romeinse tijd bestaan uit paalsporen en een brede noord- noordoost zuidzuidwest georiënteerde greppel. Het is niet uitgesloten dat een drietal paalsporen in put 1 deel uitmaakt van een gebouwplattegrond. Daarbij lijkt een spieker de meest voor de hand liggende optie. De exacte aard van de in put 4 aangetroffen greppel is niet duidelijk. Wellicht maakte het spoor deel uit van een afwateringssysteem.De resterende grondsporen betreffen enkele greppels die waarschijnlijk voor verkaveling en afwatering hebben gediend. Op grond van enkele vondsten en de parallelle loop van de recente sloten lijken deze sporen uit de nieuwe tijd te stammen. Een oudere oorsprong (late middeleeuwen) is echter evengoed mogelijk.
Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 113
Date: Laatste datum veldwerk: 2010-12-21
Date: 2010-12-21