Dorpsstraat 202 Lunteren

DOI

De éénlaagse villa D’ Eekhorst werd in 1906 gebouwd in opdracht van oud-notaris Gerrit Jan Wilbrink. De villa werd gebouwd aan de noordzijde van Lunteren op een destijds onbebouwd perceel, begroeid met hakhout, met de nok van het dak parallel gesitueerd aan de Dorpsstraat. Aan de zijde waar men Lunteren binnenkomt is de villa voorzien van een in- en uitgezwenkte Kaapse gevel. Het huis werd gebouwd in een traditionele bouwtrant gebaseerd op de achttiende-eeuwse Kaapse bouwkunst naar ontwerp van zijn schoonzoon, de bekende kunstenaar/graficus en architect Wijnand Otto Jan (W.O.J.) Nieuwenkamp. Als eerste komen zijn zoon Wouterus Wilbrink en zijn echtgenote Wilhelmina van Bommel van Vloten er te wonen die in dat jaar trouwen. Na vele jaren te hebben gewerkt als plantkundige in voormalig Nederlands Indië komt zijn zus Gerharda Wilbrink in het huis wonen tot aan haar overlijden in 1962. Mejuffrouw Gerharda Wilbrink liet de villa in 1936 verbouwen waarbij de oorspronkelijke serre aan de voorzijde onder lessenaarsdak naar de zuidzijde van het pand werd verplaatst en voorzien van een plat dakterras met toegang vanaf de verdieping. Naast de serre kwam een loggia onder open latwerk met toegang vanuit het huis. De verbouwing werd in dezelfde stijl als het huis uitgevoerd. De hoofdvorm van het huis van één bouwlaag onder een fors zadeldak gedekt met geglazuurde rode tuiles du Nord, Vlaamse halsgevels met aangekapt dak in de voor- en achtergevel en twee schoorstenen is goed bewaard gebleven. Ook de oorspronkelijke aanbouw onder lessenaarsdak aan de linker achterzijde is bewaard gebleven. Deze is net als de entree in de voorgevel toegankelijk via een geprofileerde tweedelige deur met afgeronde bovendeur voorzien van zware gehengen. De entree in de wit gepleisterde voorgevel bevindt zich ter hoogte van de Vlaamse halsgevel waar boven de entree het bouwjaar en de naam van de villa, aan weerszijden van de afbeelding van een boom geschilderd in zwart zijn weergegeven. Behalve de voorgevel zijn ook de wangen van beide Vlaamse halsgevels wit gepleisterd. De plint van de voorgevel bestaat uit schoon metselwerk in kruisverband met rood geschilderd voegwerk. Rood geschilderd voegwerk is ook toegepast in de strekse rollagen aan de boven- en onderzijde van de zware kozijnen in de gevels en rondom het ronde venster in de top van beide kopse zijgevels. De vensters in de gevels bestaan voornamelijk uit meerruits schuiframen waarvan de bovenhoeken zijn voorzien van een profilering. De gevels zijn verder voorzien van sierankers.
In het interieur is de oorspronkelijke gebruiksindeling gaaf behouden. Veel oorspronkelijke interieurafwerkingen zijn nog aanwezig waaronder de balkenplafonds, paneeldeuren onder een kroonlijst met ojiefprofilering, tegellambriseringen en enkele vaste kasten.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/PPPKAX
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/PPPKAX
Provenance
Creator R.N. Halverstad
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Halverstad, Rachel
Publication Year 2025
Rights CC-BY-NC-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by-nc/4.0
OpenAccess true
Contact Halverstad, Rachel (Halverstad Archeologie en Bouwhistorie)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf
Size 12980025
Version 1.0
Discipline Humanities