In opdracht van Fountain Fuel heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch
bureauonderzoek uitgevoerd naar de locatie waterstoftankstation Meerkerk te Meerkerk,
gemeente Vijfheerenlanden. De aanleiding voor dit onderzoek is de geplande aanleg van
een zero-emissie energiestation, waarbij het in het plangebied specifiek gaat om een
waterstoftankstation en ook mogelijkheden om elektrische te laden. In het kader hiervan
wordt infrastructuur aangelegd en worden parkeerplaatsen gerealiseerd evenals een kiosk.
De geplande werkzaamheden met betrekking tot de aanleg van kabels en leidingen zal tot
een geschatte verstoringsdiepte van 1,2 m -mv leiden. Ook worden de geplande plant
(23 x 23 m) en luifel onderheid.
Op basis van de oude beleidskaart van de voormalige gemeente Zederik geldt voor het
noordwestelijke deel van het plangebied een middelhoge verwachting en voor het
zuidoostelijke deel een hoge verwachting. Op basis van het ontwerpbestemmingsplan ligt
het hele perceel binnen een zone met een lage verwachting.
De archeologische verwachting in het plangebied wordt met name bepaald door de
nabijheid van de afzettingen van de Schoonrewoerd en Nieuwland stroomgordels. De
Nieuwlandstroomgordel heeft op circa 200 m ten noorden van het plangebied gestroomd.
Van deze stroomgordel zijn op basis van boringen binnen het plangebied en direct ten
zuiden ervan komafzettingen verwacht vanaf circa -4 m NAP. Deze komafzettingen zijn niet
geschikt geweest voor bewoning. De Schoonrewoerdstroomgordel is actief geweest vanaf
3500 voor Chr. direct ten noorden en ten zuiden van het plangebied. Van deze
stroomgordel zijn meerdere fasen aanwezig die van elkaar gescheiden worden door komklei
en veen.1 Een komklei van deze stroomgordel is aangetroffen op circa 0,65 m -mv (-1,11 m
NAP). De crevasse of oeverafzettingen zijn aangetroffen in boringen direct naast het
plangebied op 1,9 m -mv (circa -2,36 m NAP).2 Voor de top van deze afzettingen geldt een
hoge archeologische verwachting voor resten uit de periode Neolithicum t/m de Vroege
Middeleeuwen. Voor deze periode kan een vindplaats zich kenmerken door een cultuurlaag
ofwel vuile laag. Dit is een humeus niveau in de kleiige oever of crevasseafzettingen met
archeologische indicatoren zoals houtskool, verbrand bot, vuursteen en aardewerk.
In de 13e eeuw werd het gebied bedijkt. Vanaf deze periode is het plangebied in gebruik
geweest als hooiland/weiland. Er worden geen resten van bewoning verwacht in het
plangebied uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd op basis van historisch kaartmateriaal.
Er zijn ook geen terpen of ontginningslinten bekend in of direct om het plangebied. Voor
deze periode geldt dan ook een lage archeologische verwachting.
Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek adviseert Sweco Nederland in het
plangebied een inventariserend veldonderzoek uit te voeren in de vorm van een verkennend
booronderzoek. Het doel van het onderzoek is het in kaart brengen van de
stroomgordelafzettingen van de Schoonrewoerd en het opsporen van een eventueel
aanwezige cultuurlaag. Dit kan door verkennende boringen te laten uitvoeren in een grid
van 40 bij 50 m tot circa 3 m -mv.
Algemeen
De bevoegde overheid neemt op basis van dit rapport een (selectie)besluit. De mogelijkheid
bestaat dat dit besluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.