Laagland Archeologie heeft op 19 september en 16 oktober een Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven uitgevoerd op twee locaties aan de Dorpsstraat te Heerde, gemeente Heerde (GD). Het betrof de locaties Dorpsstraat 27 en 25. Op het terrein is eerder archeologisch onderzoek uitgevoerd door middel van een bureau- en verkennend booronderzoek. Ter plaatse van de locatie 27 is vastgesteld dat onder een stedelijk ophogingspakket nog een intacte bodem aanwezig was en is een proefsleuvenonderzoek geadviseerd. Op basis van dit onderzoek is door het bevoegd gezag besloten dat er een aanvullend onderzoek dient plaats te vinden in de vorm van een Inventariserend veldonderzoek – proefsleuven. Voor de locatie Dorpsstraat 25 is eveneens een grotendeels intacte bodem aangetroffen. Ook voor deze locatie is een vervolgonderzoek noodzakelijk.Het onderzoek had tot doel om eventueel aanwezig archeologische vindplaatsen op beide locaties vast te stellen en bij het aantreffen daarvan, op basis van de KNA-waarderingscriteria te bepalen of deze behoudenswaardig zijn. Indien dat het geval is diende geadviseerd te worden of en op welke wijze eventueel vervolgonderzoek nodig is indien een vindplaats onvoldoende of geheel niet in situ behouden kan blijven.Het proefsleuvenonderzoek diende antwoord te geven op de in het PvE opgestelde onderzoeksvragen. Het uitgevoerde onderzoek bestond uit een proefsleuvenonderzoek conform het KNA protocol 4003 IVO-P versie 4.2.De oudste sporen en resten die proefsleuf 1 zijn aangetroffen dateren uit de Late Middeleeuwen. Het gaat daarbij om een sporen die in de 13e eeuw gedateerd kan worden en een spoor dat in de 14e eeuw gedateerd kan worden.Verder zijn er wat sporen en vondsten die in de latere eeuwen dateren. Een kelder die is mogelijk nog het restant van een voorganger van het recent afgebroken gebouw en dateert uit de 17e of de eerste helft van de 18e eeuw. Dat er sporen en vondsten zijn die vanaf de 13e eeuw dateren mag overigens niet als verwonderlijk worden gezien. De oudste vermelding een kapel in Heerde is van 1176 vanwege het onafhankelijk worden van de parochie van Epe. Voor de hand liggend is dat er al enige eeuwen voorheen al een kapel bestond en een bewoningskern daarbij gelegen.Ook ter plaatse van proefsleuf 2 op de locatie Dorpsstraat 25 zijn sporen van bewoning aangetroffen. Op basis van een kogelpotscherf dateren die sporen uit de late 12e of de 13e eeuw. Dit is feitelijk overeenkomstig de datering van enkele sporen in proefsleuf 1. Daarmee kan eigenlijk wel worden geconcludeerd dat er zowel in de zone tussen de proefsleuven alsook rond proefsleuf 1 en ten noorden van proefsleuf 2 in ieder geval in de 13e eeuw al een bewoningskern aanwezig was.De vindplaatsen binnen de onderzochte locaties vormen maar een deel van een vindplaats die zich ruimschoots rond de proefsleuven uitstrekt en de gehele uit de late middeleeuwen daterende oude dorpskern van Heerde vormt. Daarbij is het zeer waarschijnlijk dat er binnen die vindplaats oudere bewoningssporen aanwezig zijn. Eerder onderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek of een opgraving in de oude kern van Heerde heeft niet plaatsgevonden en daarom zijn de bevindingen van het onderhavige beperkte onderzoek de resultaten die iets van de middeleeuwse oorsprong van Heerde aan het licht brengen.Samenvatting Vindplaats 1 op de locatie Dorpsstraat 27 is als niet behoudenswaardig gewaardeerd, vanwege de bouw en sloop van diverse kelders binnen het onderzoeksgebied, waardoor het archeologisch niveau grootschalig is verstoord. Bovendien kan gesteld worden dat de nog wel aanwezige archeologische resten en sporen op een diepte van circa 2,85 onder het maaiveld liggen en daarmee ruimschoots onder de bouwdiepte liggen. De onderkant van de fundering, die op circa 1 m onder peil komt te liggen, ligt nog circa een 1,85 meter erboven. Eventueel nog wel aanwezige archeologische sporen blijven daarmee goed behouden.Vindplaats 2 op de locatie Dorpsstraat 25 is wel als behoudenswaardig gewaardeerd. Het is vrijwel zeker dat deze zich binnen het gehele nieuwbouwvlak uitstrekt. De sporen liggen op een diepte van circa 1,46 m onder het maaiveld (6,44 m +NAP). Met de fundering van funderingsbalken op schroefpalen zal alleen verstoring optreden vanwege de schroefpalen. De mate van deze verstoring is zeer gering en wordt aanvaardbaar geacht. Alleen aan de meest oostelijke zijde van de nieuwbouw is een kelder voorzien. Deze ligt echter nog oostelijk van de archeologische sporen in proefsleuf 2, waar een flink deel verstoord is en verder ook geen sporen meer bevat. Het wordt niet verwacht dat in die zone nog archeologische sporen aanwezig zijn en vormt het ontgraven van de kelder geen bedreiging voor de archeologische waarden.Algemeen geldt voor de bescherming van aanwezige en te verwachten archeologische waarden dat er een bufferzone van 20 cm boven het archeologische niveau in acht moet worden genomen. Daarom wordt voor de locatie Dorpsstraat 27 geadviseerd om vanwege het aanbrengen van funderingen daartoe niet dieper dan 7,47 m +NAP te graven en op de locatie Dorpsstraat 25 niet dieper dan 6,64 m +NAP te graven. Gezien bovenstaande wordt daarom geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te voeren mits er niet dieper dan bovengenoemde NAP-hoogtes wordt gegraven.Mochten er dieper ontgravingen nodig zijn, met uitzondering van de kelder voor de nieuwbouw op de locatie Dorpsstraat 25, dan dient er voorafgaand aan de nieuwbouw een archeologische opgraving uitgevoerd te worden.Bovenstaand advies is niet overgenomen door de archeologisch adviseur namens de bevoegde overheid, de gemeente Heerde. Deze stelt dat ons advies onvoldoende waarborg biedt voor de bescherming van de archeologische waarden ter plaatse van vindplaats 2 en stelt eisen aan het palenplan, de voorgestelde verticale bufferzone voor toegestane ontgravingen en staat het toepassen van een eventuele plaatfundering niet toe.Als Laagland Archeologie blijven wij echter achter ons advies staan. Nadere eisen die aan het bouwplan door de gemeente gesteld worden dienen door de gemeente als vergunningverlener formeel kenbaar gemaakt te worden aan de initiatiefnemer en met de betrokken partijen besproken te worden. Een en ander valt buiten de scope van onze opdracht.