Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (22361.002) Hofsteestraat te Haalderen

DOI

Resultaten inventariserend veldonderzoek De aangetroffen bodemopbouw tijdens het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) laat (binnen de maximaal boordiepte van 320 cm -mv) een paleogeografische ontwikkeling zien welke vrij goed overeen met de verwachte ontwikkeling zoals die beschreven is in het bureauonderzoek. In het plangebied/tracé komen oever- op komafzettingen voor. Komafzettingen bevinden zich op een diepte vanaf 195/240 cm -mv (ten opzichte van NAP op een vrij gelijk/vrij horizontaal niveau, vanaf circa 7,9/8,0 m +NAP). In de top van het pakket komafzettingen is een laklaag/vegetatiehorizont aanwezig en betreft in principe een niveau dat voor langere tijd beïnvloed kan zijn geweest door de mens. Het plangebied had, vanwege de ligging in een komgebied, geen gunstige ligging als bewoningslocatie. Een laag venige klei niet ver onder de laklaag/vegetatiehorizont geeft nog duidelijker aan dat voor het ontstaan van de Zandvoort/Baal stroomgordel het plangebied in een omgeving lag met zeer natte/moerasachtige condities en zeker niet aantrekkelijk was voor bewoning. Het bovenliggende pakket natuurlijke oeverafzettingen zal zijn gesedimenteerd tijdens de actieve fase van de Zandvoort/Baal en Waal stroomgordel. Binnen het pakket oeverafzettingen is geen paleosol/afgedekt bodemprofiel waargenomen. Waarschijnlijk is wel het deel van het oorspronkelijke pakket oeverafzettingen behorend tot de Waal stroomgordel reeds verstoord/vergraven tijdens eerder uitgevoerde wegreconstructie/aanleg van nutsvoorzieningen, aangezien in de top van het pakket oeverafzettingen ook geen restant van een bodemprofiel is aangetroffen (geen A- of Bw-horizont van een kalkhoudende ooivaaggrond aangetroffen). Mocht er ook nog sprake zijn geweest van een afdekkende laag overslaggrond/dijkdoorbraakafzettingen boven de oeverafzettingen (welke worden verwacht op basis van het gespecificeerde archeologisch verwachtingsmodel/de archeologische beleidsadvieskaart gemeente Lingewaard), dan is de gehele laag overslaggrond/dijkdoorbraakafzettingen volledig vergraven binnen het plangebied. De gemiddeld bovenste 90 cm van de bodemopbouw bestaat uit geroerde/teruggestorte lagen grond, cunet-/stabilisatiezand en plaatselijk een halfverhardingslaag van gebroken puin. Een aantal boringen laten ook diepere verstoringen zien, tot wel 225 cm -mv.

Conclusie Vanuit het verkennend booronderzoek blijkt dat moderne bodemverstoringen reiken tot in het oorspronkelijke pakket/voorbij de oorspronkelijke top van het oeverafzettingen. In geen van de boringen is archeologisch relevant vondstmateriaal waargenomen in het opgeboorde en vervolgens verkruimelde bodemmateriaal. Daarnaast is binnen het pakket oeverafzettingen geen paleosol/afgedekt bodemprofiel waargenomen. Op grond van de verkennend booronderzoek wordt geconcludeerd dat de hoge archeologische verwachting op het voorkomen van resten/sporen uit de perioden Midden-Bronstijd t/m de Late-Middeleeuwen bijgesteld dient te worden naar een lage verwachting.

Advies Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Binnen het plangebied/tracé reiken moderne bodemverstoringen (door waarschijnlijk eerdere wegreconstructie/aanleg van nutsvoorzieningen) tot in het oorspronkelijke pakket/voorbij de oorspronkelijke top van het oeverafzettingen. Een paleosol/afgedekt bodemprofiel van archeologische potentie in het pakket oeverafzettingen is niet waargenomen. Ook lagen met antropogeen materiaal/archeologische indicatoren zijn niet aangetroffen. Voor het plangebied/tracé geldt een lage verwachting op het voorkomen van archeologische waarden

Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/I61Q2M
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/I61Q2M
Provenance
Creator Broeke, E.M. ten
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Broeke, E.M. ten; Econsultancy
Publication Year 2024
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Broeke, E.M. ten (Econsultancy)
Representation
Resource Type Archeologisch prospectief onderzoek; Dataset
Format application/pdf
Size 11291794
Version 1.0
Discipline Humanities
Spatial Coverage Doetinchem