Volgens het bureau-onderzoek door Econsultancy ligt de locatie midden op een Schiervlakterest-plateau Deze schiervlakte is een restant van het in het Tertiair opgeheven Leisteenplateau, bestaand uit kalksteenafzettingen uit het Krijt (Formatie van Gulpen). Gedurende het Tertiair heeft er onder (sub)tropische omstandigheden een intensieve chemische verwering plaatsgevonden. De kalksteenafzettingen werden hierbij sterk aangetast. Wat overbleef waren afzettingen van meer resistente vuursteen in een bruin getint verweringsresidu van de kalksteen met lokaal uitgeloogde Tertiaire zanden, in dolinen voorkomend (Formatie van Tongeren). In de direct omgeving van het plangebied worden deze Tertiaire afzettingen en de onderliggende Krijtafzettingen van de Formatie van Gulpen aan het maaiveld aangetroffen, vooral aan de randen van de plateau's.Uit de landschappelijke ligging blijkt dat het plangebied vanaf het Laat-Paleolithicum gunstig is geweest voor jagers-verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers.In het hele plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden. De kans op het voorkomen van pre-Middeleeuwse resten is middelhoog en de kans op het voorkomen van resten uit de Middeleeuwen - Nieuwe tijd is hoog (vanwege de ligging in de kern van Heijenrath). De omgeving van het plangebied is getuige de vele vuursteenvondsten in ieder geval vanaf het Neolithicum bewoond geweest. De bewoning is geconcentreerd op de randen van het plateau en de overgang naar de dalen. Dit hangt ook mede samen met het daar dagzomen van sterk vuursteenhoudende lagen. De landschappelijke ligging van de waarnemingen in de omgeving van het plangebied onderschrijft dit beeld, op een na alle vuursteenvondsten zijn op de randen van het plateau gedaan. De top van het plateau is pas vanaf de Middeleeuwen ontgonnen.De archeologische resten komen voor direct aan of onder het maaiveld. De vondstenlaag wordt verwacht in de eerste 30 cm beneden het maaiveld. Archeologische sporen (uitgezonderd diepe paalsporen en waterputten) worden binnen 50 cm beneden het maaiveld verwacht. De archeologische resten bestaan hoofdzakelijk uit aardewerk- of vuursteenstrooiingen. Organische resten en bot zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd.Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens.Het verkennend- en karterend inventariserend booronderzoek heeft aangetoond dat de bodem buiten de huidige bebouwing onverstoord is en zoals verwacht bestaat uit een ooivaagrond. Ter plaatse van de bebouwing en de paardrijbak is de bodem tot 70 a 80 cm -mv verstoord. De boringen op het onverstoorde deel van de locatie zijn karterend geplaatst. Hierbij zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.De trefkans voor archeologica in een boring is echter afhankelijk van de hoeveelheid hiervan. Dit verschilt per periode en nederzettingstype. Voor de onderzoekslocatie geldt dat, op basis van het booronderzoek, niet valt uit te sluiten dat er onder de verstoorde bovengrond nog archeologische sporen aanwezig zijn die samenhangen met de bewoning in Heijenrath vanaf de Late Middeleeuwen.
Issued: 18 juni 2009