Binnen het plangebied kunnen in de diepere ondergrond drie niveaus voorkomen die archeologisch gezien van waarde zijn. Het gaat hierbij om de top van de pleistocene dekzanden, inclusief de Laag van Usselo (tussen de 4,5 en 6,5 m-mv) en de top van de Oude Getijdeafzettingen, waar zich Steentijd vindplaatsen kunnen bevinden en de Zuiderzeeafzettingen waar zich aan de scheepvaart gerelateerde vondsten kunnen bevinden met een ouderdom vanaf de Late Middeleeuwen. De kans op vindplaatsen wordt in de top van de dekzanden het grootst geacht (hoge verwachting), afhankelijk van de mate van intactheid van de bodem op dit niveau. De aanwezigheid van vindplaatsen in de top van de Oude getijdeafzettingen wordt minder groot geacht (middelhoge verwachting), aangezien zich binnen het plangebied waarschijnlijk geen oeverwalafzettingen van het Eem-estuarium zullen bevinden. Het kan echter niet worden uitgesloten dat zich binnen het plangebied in de Oude Getijdeafzettingen een gerijpte, kalkloze bodemlaag bevindt die een woonlaag kan vertegenwoordigen. De kans op de aanwezigheid van vondsten gerelateerd aan de scheepvaart vanaf de Late Middeleeuwen wordt het minst hoog ingeschat, aangezien het hier toevalstreffers betreft (lage verwachting maar met kans op bijzondere vondsten).