In opdracht van Rijkswaterstaat Oost-Nederland heeft Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie in 2016 en 2017 op negen locaties archeologische opgravingen uitgevoerd in het noordelijk deel van het tracé van de inmiddels nieuw aangelegde N18, de Nieuwe Twenteroute, tussen Varsseveld en Enschede. Daarnaast heeft een archeologische begeleiding van specifieke tracédelen plaatsgevonden. De in dit rapport besproken locatie betreft de opgraving van Vindplaats 4 (Erf 7) ter hoogte van de Lentelinksweg te Haaksbergen,gemeente Haaksbergen in de provincie Overijssel.N18-Vindplaats 4 (Erf 7) bevindt zich op een hoogte van 21 tot 22 meter boven NAP, op de noordelijke arm van een groot paraboolduin rondom het Eeftinkveld. Dit paraboolduin is tot in historische tijd in het landschap herkenbaar. Op het dekzand van het paraboolduin zijn hoge zwarte enkeerdgronden aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een esdek ontstaan door plaggenbemesting.Omdat na het vooronderzoek vragen waren blijven bestaan over de mogelijke aanwezigheid van een vuursteenvindplaats, is voorafgaande aan de opgraving een karterend booronderzoek uitgevoerd. Het booronderzoek heeft geen vindplaats aangetoond.Op het paraboolduin bevindt zich in het opgravingsvlak een afgetopte kuil met een compleet (atypische) aardewerken bekertje. Op basis van een 14C-datering van houtskool dateert de kuil uit het Laat-Neolithicum (Enkelgrafcultuur). Ondanks het feit dat geen andere vondsten zijn aangetroffen (op twee kleine vuurstenen afslagen in de beker na) en geen lijksilhouet is waargenomen, kan de kuil als graf worden aangemerkt. Uit de Achterhoek zijn slechts sporadisch graven uit deze periode van de prehistorie aan het licht gekomen. Locaties zijn Groenlo, Eibergen-Zwilbroek, Silvolde, Almen, Aalten, Mallem, Vorden en Winterwijk-De Pas.Op de onderzoeklocatie is verder sprake van een erf uit de Late Bronstijd. Er zijn een schuur, enkele spiekers en verschillende kuilen aangetroffen die hieraan kunnen worden toegewezen. Daarbij lijkt binnen de genoemde periode waarschijnlijk sprake van meerdere fasen in de bewoning, die op basis van het vondstmateriaal en/of oversnijdende sporen niet preciezer gedateerd kunnen worden. Zoals gezegd ligt het nu opgegraven deel van de vindplaats midden op de noordelijke arm van een paraboolduin. Waarschijnlijk heeft de kern van de nederzetting meer naar het westen gelegen, buiten het wegtracé van de N18.Er zijn binnen de onderzoekslocatie geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van een historisch erf gevonden. Wel heeft een (paal)kuil een 14C-datering die in de Vroege Middeleeuwen uitkomt. Hiermee is een aanwijzing verkregen voor bewoningsactiviteit in de directe omgeving in de 9e eeuw na Chr.Het erf uit de Late Bronstijd wordt aan de oostzijde begrensd door een loodrecht op de dekzandrug staande greppel. De greppel bevat geen vondstmateriaal en dateert van vóór de vorming van het esdek. Mogelijk maakte de greppel in historische tijd onderdeel uit van de ontwatering van de dekzandrug tussen het laaggelegen Eeltinkveld in het zuiden en de dalvormige laagte van de Markveldse Beek bij Brammelo in het noorden.