Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (15348.002) Luthersestraat - Munterstraat te Arnhem

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachtingVanuit het bureauonderzoek geldt voor het plangebied een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische waarden daterend uit de perioden vanaf het (Laat-)Paleolithicum. Verzamelde landschappelijke gegevens geven namelijk aan dat het plangebied op het uiteinde van een noordnoordwest-zuidzuidoost georiënteerde uitloper van een daluitspoelingswaaier ligt. Voor jagers-verzamelaars (Laat-Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum) had het plangebied een gunstige ligging als tijdelijke nederzettingslocatie (jachtkampementen), zeker wanneer het dal van de nabijgelegen Jansbeek actief watervoerend was (beekdal). Vanaf het Laat-Neolithicum vormde het plangebied voor landbouwers een geschikte locatie voor permanente bewoning. De van nature voldoende gedraineerde en vruchtbare gronden van sneeuwsmeltwaterafzettingen waren geschikt voor gebruik als akkerland. Een zeer hoge verwachting geldt voor de perioden vanaf de IJzertijd, op basis van de resultaten van eerder uitgevoerd archeologisch onderzoek in de nabije omgeving van het plangebied, als de ligging binnen een oppidum (versterkte plaats), welke ook bekend stond als Bovendorp en waarover al gesproken wordt in historische bronnen uit 1225. Vanwege de situering binnen de historische binnenstad worden er dan ook stadsophogingen verwacht. Historisch kaartmateriaal laat verder zien dat er in ieder geval in de tweede helft van de 16e eeuw sprake was van steenbouw binnen het plangebied.Resultaten inventariserend veldonderzoekDe resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) laten zien dat ter plaatse van de onbebouwde noordwesthoek van het plangebied en de straatdelen grenzend aan het plangebied, er sprake is van recente verstoringen tot gemiddeld 80 cm -mv. Binnen deze diepte is wel bij twee boringen een massieve laag van puur rode baksteen aangetroffen en betreffen mogelijk restanten van ondergrondse delen van bebouwing die er heeft gestaan voorafgaand aan het huidige pand, welke in 1940 is gebouwd. Tussen gemiddeld 80 en 175 cm -mv bevinden zich humeuze stadsophogingslagen. Hierbij wordt de bovenste helft gekenmerkt door veel fijne resten/spikkels rode baksteen en kalkmortel (bouwkeramiek). In de onderste helft zijn juist op verschillende niveaus een vrij dunne maar wel vaste laag sterk lemig zand tot sterk zandige leem en oranjegeel gekleurd matig grof zand aangetroffen. Mogelijk gaat het om oude leemvloeren en vlielagen. Tevens zijn fragmenten aardewerk aangetroffen met en datering uit de 13e tot 14e eeuw. Dit sluit goed aan bij een houtbouw en navolgende steenbouwfase binnen een stedelijke context. ). Onder de stadsophogingen is sprake van een agrarisch bewerkte holtpodzolbodem, waardoor een pre-stedelijke akker-laag/cultuurlaag is ontstaan en hieronder de overgangs-BC-horizont nog veelal intact aanwezig is.Op basis van deze aangetroffen bodemopbouw met tenminste rekening worden gehouden met drie (deels) intacte archeologische niveaus:• Een eerste niveau betreft restanten van funderingen/muurresten van historische steenbouw, zoals het kerkgebouw dat in de zuidelijke helft van het plangebied heeft gestaan.• Een tweede niveau in de stadsophogingen. Hierbij wordt het echter vrij aannemelijk geacht dat ook binnen het gehele pakket van stadsophogingen meerdere archeologisch relevante tussenvlakken aanwezig zijn, gezien de vermoedelijk aangetroffen vleilaag en leemvloeren, vondsmateriaal uit de 13e tot 14e eeuw in het onderste deel van de stadsophogingen, als de historische bebouwing die binnen het plangebied heeft gestaan vanaf in ieder geval de tweede helft van de 16e eeuw).• Het derde niveau ligt onder de stadsophogingen in de top van de natuurlijke ondergrond, met mogelijk sporen van pre-stedelijke bewoning direct onder de oude akker-/cultuurlaag.ConclusieGeconcludeerd wordt dat, op basis van de waargenomen bodemopbouw, de hoge en zeer hoge archeologische verwachting (op basis van het bureauonderzoek) moeten worden gehandhaafd. Eventueel aanwezige resten van puntlocaties van zeer kleine omvang in de vorm van jachtattributen, restanten van een basis-/extractiekamp (jagers-verzamelaars) en/of een nederzettingscomplex of huisplaats (landbouwers), resten van water- en drenkkuilen, afvaldumps en vooral resten die samenhangen met de laatmiddeleeuwse stad, kunnen nog grotendeels intact zijn. De ontwikkeling op de locatie leidt naar verwachting tot een verstoring van archeologische waarden die samenhangen met de oude kern van Arnhem en specifiek de ontwikkeling van het oppidum (versterkte plaats), welke ook bekend stond als Bovendorp. Het is een belangrijke locatie voor kennis over wellicht nog prehistorische, maar zeker de laatmiddeleeuwse en Nieuwe tijd ontwikkeling van Arnhem. Een opgraving op deze locatie is een kans om veel onduidelijkheden en vragen te kunnen beantwoorden.AdviesIndien behoud van de archeologische vindplaats bij de uitvoering van de huidige plannen niet mogelijk is, zal deze moeten worden veiliggesteld door middel van een opgraving. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied in eerste instantie nader te onderzoeken door middel van een IVO karterende en waarderende fase, proefsleuven (IVO-P) en nadat sloop van de bovengrondse delen van de bestaande bebouwing heeft plaatsgevonden. Het proefsleuvenonderzoek zal erop gericht moeten zijn om het booronderzoek te toetsen en een duidelijke strategie te bepalen voor de daaropvolgende opgraving (bijvoorbeeld het aantal vlakniveaus). De voorkeur voor de strategie van de opgraving gaat uit naar grotere aaneengesloten werkputten waarin de aangetroffen resten in samenhang met elkaar kunnen worden beoordeeld en relaties kunnen worden vastgesteld voordat de resten worden veiliggesteld (ex-situ).Voor het proefsleuvenonderzoek dan wel de te verwachten navolgende opgraving, dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld, waarin beschreven staat op welke wijze het onderzoek uitgevoerd dient te worden. Dit PvE dient te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Arnhem).

Date Accepted: 06-01-2022

Date Accepted: 2022-01-06

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-xxe-npp5
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-xxe-npp5
Provenance
Creator EMILE ten Broeke
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor E.M. Broeke, ten; EMILE ten Broeke (Econsultancy); Econsultancy
Publication Year 2022
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact E.M. Broeke, ten (Econsultancy)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 11493; 10271638; 11469; 1100; 5378
Version 1.0
Discipline Humanities