Hamaland Advies heeft in opdracht van mevrouw G. Offerein van Pieter Oosterhout Buro voor Architectuur een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de geplande sloop van de huidige bebouwing en nieuwbouw van een woonhuis. Omdat het een bestemmingsplanwijziging betreft wordt het hele perceel van 5.940 m2 als onderzoeksgebied beschouwd. De omvang van de geplande nieuwbouw en het oppervlak van de nieuwe bodemverstoring (sloop en nieuwbouw) bedraagt ca. 500 m² en de diepte van de nieuwe bodemverstoring tenminste 50cm-mv. Het plangebied ligt volgens de archeologische beleidskaart in een gebied met een hoge archeologische verwachting. Dit houdt in dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 60 m2 waarbij aangetoond moet worden, door middel van een rapport, hoe het met de archeologische waarden in de ondergrond gesteld is. Vanwege de overschrijding van de vrijstellingsgrens is door Hamaland Advies een KNA conform bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd waarbij een gespecificeerd archeologische verwachtingsmodel is opgesteld en advies voor eventueel vervolgonderzoek is geformuleerd. Conclusie Op grond van de bestudeerde bronnen kan geconcludeerd worden dat het plangebied een hoge trefkans heeft op archeologische resten uit de periode van het Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. De trefkans op resten uit de Tweede Wereldoorlog is laag. Door het inrichten van het gebied voor landbouw en vanaf het einde van de 19e eeuw als erf met bebouwing, is de bodemopbouw mogelijk tot een diepte van circa 80 cm-mv verstoord. Onbekend is echter tot hoe diep de bodem daadwerkelijk is verstoord. Geologisch onderzoek ten noorden en zuidoosten van het plangebied, toont aan de bodem is opgebouwd uit matig grof zand van het Delwijnen Laagpakket (ca 1 m dik) op grof zand van de Formatie van Kreftenheye. De top van de Formatie van Kreftenheye kan evenwel bestaan uit zandige klei of zandige leem die wordt getypeerd als de Laag van Wijchen. Archeologische vondsten uit de prehistorie tot en met de Nieuwe Tijd bevinden zich voornamelijk in het Delwijnen Laagpakket. De voorgestane ontwikkeling gaat uit van een nieuwe bodemverstoring van meer dan 50cm-mv. Eventuele aanwezige archeologische niveaus kunnen hierdoor worden aangetast. Resultaten booronderzoek Uit de onderzoeksresultaten van het verkennend booronderzoek is gebleken dat in het merendeel van het plangebied sprake is van verstoringen tot in de top van het dekzand als gevolg van sloopwerkzaamheden die circa 30 jaar geleden zijn uitgevoerd. Uitsluitend in drie boringen is nog een intact bodemprofiel aangetroffen, die aantonen dat in het plangebied oorspronkelijk dekzand aanwezig was waarin een inspoelingshorizont (veldpodzol) gevormd is. Hierop is na ontginning van het voormalige heidegebied een hoge bruine enkeerd gevormd door het opbrengen potstalmest. De gemiddelde dikte van het afdekkend pakket bedraagt circa 80 cm. Bij het uitzeven van alle afzonderlijke bodemlagen zijn geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen, uitsluitend subrecente beton- en baksteenpuin. Selectieadvies Vanwege het grotendeels ontbreken van een intacte bodemopbouw, het ontbreken van oude bewoningsniveaus of cultuurlagen en het ontbreken van relevante archeologische indicatoren zien wij geen aanleiding om vervolgonderzoek in het plangebied te laten uitvoeren. Derhalve adviseren wij om het plangebied vrij te geven voor de geplande ruimtelijke ontwikkeling. De hoge archeologische verwachting voor het plangebied op de archeologische beleidskaart van gemeente Wijchen kan komen te vervallen met als indicatie ‘verstoord’.Selectiebesluit Het rapport en het selectieadvies zijn op 6 februari 2018 beoordeeld door het bevoegd gezag , de Gemeente Wijchen (dhr. F. Coolen) en diens adviseur mw. drs. E. Mietes (D7archeologie). Met betrekking tot het rapport zijn enkele opmerkingen gemaakt welke verwerkt zijn in dit definitieve rapport. Mw. Mietes stemt in met het advies met het advies van Hamaland wat betreft de conclusie dat uit het onderzoek blijkt dat de bodem binnen het plangebied voor een groot deel diep verstoord is. Bij het uitgevoerde booronderzoek zijn geen archeologische indicatoren (vondsten, sporen en/of oude cultuurlagen) aangetroffen. De kans dat een intacte archeologische vindplaats op de planlocatie aanwezig is, is om de hierboven genoemde redenen klein. Mw. E. Mietes adviseert de gemeente Wijchen om met dit advies in te stemmen. Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de verantwoordelijke ambtenaar van de gemeente Wijchen (dhr. F. Coolen).