Het plangebied ligt volgens de regionale landschappenkaart op de westflank van een lage dekzandrug. Op basis van de maaiveldhoogtes ligt het plangebied lager in het landschap in een zone met dekzandwelvingen of lage dekzanden. Gezien die ligging is aan het plangebied een lage archeologische verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot een met Neolithicum en voor vindplaatsen van landbouwende samenlevingen uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen.
Voor de Late Middeleeuwen is de hoge archeologische verwachting voor historische linten bevestigd. Op de kaart uit 1811-1832 is naast bebouwing ter hoogte van de bedrijfswoning (Soerendonk 32) ook bebouwing te zien ter hoogte van de beoogde nieuwe woning. Deze woning is vóór 1902 gesloopt. Ter hoogte van deze historische bebouwing zal een deel van het archeologische sporenvlak verloren zijn gegaan door de aanleg van mestkelders en een eendenpoel. Ook elders binnen het plangebied hebben diepe mestkelders gelegen, maar grote delen van het plangebied zijn echter ook niet bebouwd of niet onderkelderd geweest, waardoor archeologische resten intact kunnen zijn. Op de kaart van 1811-1832 zijn de erven rondom de huizen beperkt tot niet aangegeven, waardoor ook in de zone rondom de zones huis en erf uit 1811-1832 archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd aanwezig kunnen zijn.