Door De Steekproef bv is een plangebied onderzocht aan de Trekwei 12 en 13 te Deinum. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg, het verwijderen van enkele gebouwen en het oprichten van nieuwe gebouwen. Tevens zullen nog hekwerken en kabels en leidingen worden vervangen dan wel aangelegd. De geplande bodemingrepen zullen tot maximaal een meter beneden het maaiveld reiken en ongeveer duizend vierkante meter beslaan. Deze graafwerkzaamheden kunnen tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische resten leiden. Het onderzoek heeft tot doel om vast te stellen of dergelijke resten aanwezig zijn. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (protocol 4002) en een veldonderzoek door middel van boringen (IVO-O; protocol 4003). Het terrein ligt binnen het bestemmingsplan Buitengebied en heeft daar een Dubbelstemming Waarde Archeologie waarvoor geldt dat archeologisch onderzoek nodig is bij een bodemverstoring dieper dan 35 centimeter en met een oppervlakte groter dan 50 vierkante meter. De voorgenomen ingrepen voldoen hier aan. In het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel is uitgegaan van een middelhoge verwachting voor resten uit de ijzertijd tot en met de nieuwe tijd. Om de archeologische verwachting te toetsen zijn in het plangebied veertien gutsboringen uitgevoerd. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat in het plangebied een normale zodelaag of bouwvoor ontbreekt. In plaats daarvan is een dertig tot zestig centimeter dik pakket vergraven klei aanwezig dat waarschijnlijk in de twintigste eeuw is ontstaan tijdens de inrichting van het terrein tot depot. Onder de vergraven toplaag is een pakket matig stevige, zwak humeuze klei aangetroffen die lijkt te zijn ontstaan in een laag kweldermilieu dat min of meer geschikt zal zijn geweest voor bewoning. Sporen van bewoning, zoals vuile lagen, vegetatiehorizonten of archeologische indicatoren ontbreken hierin echter volledig. Onder deze kwelderklei zijn slechts getijdenafzettingen waargenomen die zijn afgezet in een milieu dat niet geschikt was voor bewoning. Selectieadvies (KNA 4.0 VS07) door drs. R.P. Exaltus (senior KNA Prospector)Het ontbreken van archeologische indicatoren, vuile lagen en/of vegetatie-horizonten in de kwelderklei vormt een aanwijzing dat gedurende en kort na de vorming van deze klei, geen bewoning in het plangebied plaatsvond. De onder de kwelderklei gelegen getijdenafzettingen zijn gevormd in een milieu waarin geen voor bewoning geschikte omstandigheden heersten. Gezien het bovenstaande geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn archeologische resten gevonden waarmee tijdens de verdere planvorming rekening zou moeten worden gehouden.
2017-11/11