Gemeente Veere heeft het voornemen om twee percelen in de kern van Aagtekerke te herbestemmen voor woningbouw. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het bestaande bestemmingsplan/omgevingsplan en is dus een Buitenplanse Omgevings Plan Activiteit (BOPA). Om de plannen mogelijk te maken is een BOPA‐omgevingsvergunning noodzakelijk. In het kader hiervan dient een archeologisch onderzoeksrapport te worden voorgelegd.Dit onderzoek bestond in eerste instantie uit een bureauonderzoek waarbij een gespecificeerd verwachtingsmodel werd opgesteld voor het plangebied. Dit model is vervolgens getoetst door het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen (verkennende fase). Tijdens deze verkennende fase werden de landschappelijke vormeenheden bepaald met als doel kansarme zones uit te sluiten en kansrijke zones aan te duiden voor eventuele volgende vormen van onderzoek.Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek werd vastgesteld dat binnen het plangebied alleen een hoge verwachting bestond op het aantreffen van archeologische vindplaatsen uit de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd wegens de aanwezigheid van een kreekrug opgevuld met sedimenten die lithostratigrafisch gerekend worden tot het Laagpakket van Walcheren. Tijdens het booronderzoek werd de aanwezigheid van de verwachte kreekrug vastgesteld. Daarnaast werd vastgesteld dat de natuurlijke top van de kreekrug in het merendeel van het plangebied reeds vergraven is bij de aanleg van zandbakken van een speeltuin en de sloop van een gymzaal. In de kleine delen van het plangebied die nog niet verstoord zijn werd een cultuurlaag of oude akkerlaag aangetroffen die vermoedelijk te verbinden is aan de ligging van akkers en tuinen rond het dorp tussen de Late Middeleeuwen en de bouw van een woonwijk in de tweede helft van de 20e eeuw.Op basis van deze informatie kan gesteld worden dat in het grootste deel van het plangebied een lage verwachting geldt op het aantreffen van archeologische vindplaatsen in het algemeen. In de delen van het plangebied die nog niet verstoord zijn geldt nog wel een verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe Tijd.