Op grond van het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied zich in een zone bevindt met een deels lage en deels middelhoge archeologische verwachting. Conform het beleid van gemeente Midden-Drenthe wordt voor het plangebied naast onderhavig archeologisch bureauonderzoek tevens een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) geadviseerd bij ingrepen van meer dan 1000 m2 en dieper dan 0,3 m -mv. Hierbij dienen zes boringen per hectare, met een minimum van zes boringen per plangebied, te worden uitgevoerd. Tijdens het booronderzoek in het plangebied is een grotendeels verstoorde bodem aangetroffen. Daarom wordt aanbevolen geen vervolgonderzoek uit te voeren en het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. De gemeentelijke ondergrens is voor dergelijke gebieden is 1000 m2 en een diepte van 30 cm (indien een plangebied kleiner is of als de bodemverstorende werkzaamheden minder diep zijn, is erg geen archeologisch onderzoek nodig).
Issued: 2016-04-19