In opdracht van Bouwbedrijf Moedt is een archeologisch bureauonderzoek en
inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Kantsterweg 13 te Eppenhuizen, gemeente Het Hogeland, provincie Groningen. De aanleiding voor het onderzoek is het voorgenomen herstel van een historische boerderij. De grond zal dieper dan 40 centimeter onder maaiveld afgegraven worden, over een gebied van ongeveer 110 vierkante meter. Na overleg met de bewoonster heeft de architect meegedeeld dat er plaatselijk tot 80 centimeter diep moet worden gegraven voor enkele nieuwe muurfunderingen, voornamelijk bij de voorzijde en de hals van de schuur. Afhankelijk van de constructeur gaan de graafwerkzaamheden mogelijk nog dieper. De geplande ingrepen vormen een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden in de bodem. Het plangebied heeft een omvang van circa één hectare.
Tijdens het veldwerk zijn zes boringen gezet. In het plangebied bestaat de bodem uit een bouwvoor met daaronder één of meerdere ophogingslagen. Hoewel deze
ophogingslaag in de meeste boringen tot circa één meter onder maaiveld reikte, is deze laag vermoedelijk plaatselijk dikker. In boring 2 en 4 werd onder een dunne ophogingslaag een gedempte geul of sloot aangetroffen met een dikte van respectievelijk 180 en 80 centimeter. Hieronder werden de natuurlijke (kwelder)afzettingen aangetroffen. In boringen 1, 5 en 6, in het westen van het plangebied, waren op een diepte van respectievelijk 200, 105 en 100 centimeter onder maaiveld een vertrapte laag aanwezig, die in boring 1 fosfaten bevat. Deze betredingslaag/vertrapte laag betreft vermoedelijk een cultuurlaag van voordat in het plangebied een huiswierde werd opgericht voor bewoning. In boring 4 werd geen betredingslaag aangetroffen in de top van de kwelderafzettingen, maar werd wel een verbrande kwelderlaag waargenomen met veel houtskool. Onder de kwelderafzettingen wordt het wadzand aangetroffen. Duidelijke aanwijzingen voor de aanwezigheid van een kwelderwal zijn niet waargenomen.