Binnen de gemeente Maassluis is het riool vervangen aan de Fenacoliuslaan, Taanstraat en Johan Evertsenlaan. Het gebied, gelegen in het centrum van Maassluis, wordt begrensd door de Haven en de Zuiddijk in het noorden en de Laan 1940-1945 in het zuiden.Voor het plangebied is in eerste aanleg een archeologisch bureauonderzoek verricht. Op basis van de resultaten hiervan heeft de Gemeente Maassluis besloten dat een archeologische begeleiding verricht diende te worden.Tijdens de archeologische begeleiding is één lange sleuf begeleid voor het verwijderen van het huidige riool en het plaatsen van het nieuwe riool. De begeleide ontgraving heeft een totale lengte van circa 350 m. De diepte van de ontgraving liep op van circa -0,65 m NAP in het zuidwesten tot circa -0,40 m NAP in het noordoosten; op verschillende locaties zijn op kruispunten diepere putten aangelegd tot circa -1,50 m NAP. Het archeologische veldwerk en de voortgang van het civiele graafwerk werden ernstig bemoeilijkt door de aanwezige kabels en leidingen in de ondergrond.Gedurende het archeologische veldwerk is in het noordelijke deel (kaart 1b) van de Fenacoliuslaan een ‘oudere’ ophogingslaag aangetroffen onder het recent verstoorde niveau. Op basis het vondstmateriaal is de laag gedateerd in het tweede kwart tot eind van de 18e eeuw. Cartografisch onderzoek laat tevens zien dat in deze periode ook bebouwing is verschenen. Voorafgaand aan de bebouwing is de omgeving waarschijnlijk opgehoogd met stadsafval of havenslib, niet noodzakelijk afkomstig uit Maassluis zelf. De vondsten houden daarom geen direct verband met het plangebied, maar geven wel een goede indicatie van de depositiedatum van de laag. De 18e-eeuwse ophogingslaag is door (sub)recente grondwerkzaamheden (riool, bebouwing ect.) vaak deels vergraven.In het verlengde van de Taanstraat (noordzijde) heeft tot de jaren ’30 van vorige eeuw bebouwing gestaan, die het huidige tracé van de Fenacoliuslaan doorkruist. Hiervan zijn tijdens het veldwerk geen resten aangetroffen binnen de ontgraving. De ondergrond is hier vermoedelijk door het de aanleg van het riool, kabel en leidingtracé diep vergraven en opgevuld met zand. De historische bebouwing vormt wel een verklaring voor de relatief grote hoeveelheid bouwmateriaal dat rond de kruising met de Taanstraat is aangetroffen in en net boven de 18e-eeuwse laag.Verder richting het noorden is in de begeleide ontgraving ook alleen nog maar opgebracht zand aangetroffen. Op basis van het historisch kaartmateriaal kan dit deels worden verklaard door de watergang (Zijl), die ook in de jaren ’30 van vorige eeuw is gedempt. Hierbij is de vaart waarschijnlijk opgevuld met zand. De eventuele bodem van de vaart is niet aangetroffen binnen het bereik van de ontgraving.Onder de opgebrachte lagen bevinden zich zoals gezegd de natuurlijke kleiige kreekafzettingen. Het natuurlijke materiaal is afgezet onder lage stroomsnelheden en een relatief grote aanvoer van klastisch sediment. De gelaagdheid, alsmede de aanwezigheid van kleinschalige bioturbatie en gedegradeerde schelpen, suggereert beïnvloeding door eb en vloed. Het gaat hier om een milieu in de nabijheid van een kreek, waarbij afwisselend fijner en grover materiaal werd afgezet en opgeslibd. Het gebied zal relatief nat en minder geschikt voor bewoning zijn geweest.Kortom tijdens het veldwerk zijn binnen het plangebied geen behoudenswaardige archeologische resten aangetroffen, noch geeft het natuurlijke bodemprofiel aanleiding te denken dat bewoningresten ter plaatse zijn te verwachten. Een uitbreiding van onderhavig onderzoek of verder vervolgonderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht.