Borculo, RFC Mountain_

DOI

In opdracht van Royal-Friesland-Campina heeft Transect in januari en februari 2013 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Oude Needseweg in Borculo (gemeente Berkelland). De aanleiding voor het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning, ten behoeve van de nieuwbouw van een fabriekspand. Bij de voorgenomen sloop en nieuwbouw zal grondverzet plaatsvinden, waardoor de bodem en daarmee eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied kunnen worden verstoord. Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: 1) Landschappelijk gezien ligt het plangebied in een vlakte van verspoelde dekzanden, die deel uitmaken van het voormalig beekdal van de benedenloop van de Leerinkbeek (de Groenlose Slinge). Op basis van reliëfverschillen en verkavelingspatronen lijkt de voormalige geul van deze rivier (ook bekend als de Bosbergsgoot) in het midden van het plangebied te liggen. 2) Er geldt voor het plangebied voor de periode Laat-Paleolithicum, Mesolithicum en Middeleeuwen een middelhoge archeologische verwachting op de aanwezigheid van nederzettingsresten. Deze resten worden in het oostelijk zandgebied over het algemeen op de lager gelegen flanken van dekzandruggen verwacht. Een dergelijke flank is gezien de ligging van een dekzandrug ten noordoosten en –westen van het plangebied binnen de grenzen van het plangebied te verwachten. De resten die dateren uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum zullen zich in de top van het verspoelde dekzand (beddingzand) bevinden, terwijl nederzettingsresten uit de Middeleeuwen zich kenmerken door een vondstlaag die zich in de humeuze deklaag boven het zand bevindt. 3) Het plangebied heeft op grond van het bureauonderzoek een lage archeologische verwachting voor resten uit de periode Neolithicum tot en met de Romeinse tijd. Nederzettingsresten uit deze periode worden namelijk over het algemeen op de hoger gelegen delen van het dekzandlandschap verwacht. 4) Op basis van historisch kaartmateriaal is vastgesteld dat het plangebied vermoedelijk altijd onbebouwd is geweest. Het oudst geraadpleegde kaartmateriaal van het plangebied uit het einde van de 18e eeuw laat ter plaatse van het plangebied bouwland zien. Ook op jonger kaartmateriaal staat geen bebouwing aangegeven, waardoor voor de Nieuwe tijd daarom een lage verwachting op het aantreffen van archeologische (nederzettings)resten bestaat. 5) De van oorsprong natte en lage ligging van het landschap sluit archeologische resten, die te relateren zijn aan een natte context, niet uit. Hiervan zijn concreet in de omgeving van het plangebied al aanwijzingen voor aangetroffen, waaronder een middeleeuwse watermolen en een vermoedelijk ritueel gedeponeerde bijl. 6) Op grond van het veldonderzoek is vastgesteld dat de bodem in het plangebied grotendeels tot in de beddingafzettingen (verspoelde dekzandafzettingen) is verstoord, tot circa 1,0 m –Mv. De hoge mate van verstoring van de bodem is te wijten aan diepgaande landbewerking (verploeging), de voormalige aanwezigheid van slibbassins in het plangebied en de opruimwerkzaamheden ervan, waarbij het slib in het perceel is verwerkt. Op diverse plekken worden tot in het beddingzand zwart slib en blauwe klei waargenomen. In een enkel geval is nog overstromingsklei aangetroffen, die vermoedelijk dateert na het inactief worden van het beekdal. 7) In het centrale deel van het plangebied is nog een intacte geulvulling aanwezig, die vermoedelijk tot de voormalige Leerinkbeek (Bosbergsgoot) behoort. Op grond van de boringen is de geul naar Australiëlaan 5-a 3526 AB Utrecht T: 030-7620705 F: 030-7620706 E: informatie@transect.nl 4 schatting 30 m breed en reikt deze tot maximaal 2,8 m –Mv. De vulling is donker gekleurd, bevat veen, houtresten en vertoont een afwisseling van grof zand, fijn zand en klei. Ook zijn houtskoolfragmenten in de vulling aangetroffen, maar harde archeologische indicatoren (zoals baksteen, aardewerk en bewerkt steen) ontbreken. 8) Op grond van de resultaten van het verkennende onderzoek is besloten om aanvullende karterende boringen uit te voeren in het noordoostelijk deel van het plangebied. Reden hiervoor was de aanwezigheid van een flank van een dekzandrug, die direct ten noordoosten van het plangebied gelegen heeft, de relatieve intactheid van de bodem (en de daaraan gekoppeld de mogelijke aanwezigheid van vondstlagen). Op grond van de karterende boringen is echter vastgesteld dat de bodemverstoring in het nader onderzochte gebied groter was dan op voorhand was aangenomen. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid van een intacte vindplaats. Concluderend heeft het plangebied een lage verwachting voor het aantreffen van archeologische vindplaatsen voor de periode Laat-Paleolithicum – Late Middeleeuwen. Voor de Nieuwe tijd bestond op basis van het bureauonderzoek reeds een lage archeologische verwachting. Het onderzoek heeft echter wel de aanwezigheid van een voormalige geul van de Leerinksbeek vastgesteld, een waterloop die tot aan het einde van de Middeleeuwen watervoerend is geweest. Langs deze loop heeft even ten noorden van het plangebied een middeleeuwse watermolen gestaan. Tevens bevat de geul een donkere, humeuze tot zelfs venige vulling, waarin onder meer houtskool aanwezig is. De combinatie van reeds bekende activiteiten langs deze geul, de beperkte feitelijke bronnen omtrent beeklopen in het gebied ten oosten van Borculo en het humeuze karakter van de geulvulling, maakt de geul en haar opvulling archeologisch en landschappelijk gezien interessant. Deze kan namelijk waardevolle informatie bevatten, zeker gezien aan weerszijden van het plangebied alle mogelijkheden tot het verzamelen van informatie uit deze geul verdwenen zijn (door de aanwezigheid van industrieterrein Lichtenhorst, het Hambroek en de bebouwde kom van Borculo).

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-24B-3Q2X
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-24B-3Q2X
Provenance
Creator A.A.K. Andre Kerkhoven
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor R.C.B. Steenbak
Publication Year 2023
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact R.C.B. Steenbak (Provincie Noord-Brabant)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/tab-separated-values; application/zip; text/xml
Size 45410909; 142109; 610; 18420; 32065
Version 1.0
Discipline Humanities