Westvoorne Oostvoorne Kerkplein. De opgraving van nederzettingsporen uit de Late Middeleeuwen.

DOI

AlgemeenIn opdracht van de gemeente Westvoorne heeft het Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR) in oktober 2011 een opgraving uitgevoerd in het plangebied Kerkplein. Het plangebied bevindt zich tegenover de kerk in de historische kern van Oostvoorne. In 2006 zijn verspreid over het plangebied 6 grondboringen gezet (Stronkhorst 2006). Het booronderzoek wees uit dat de ondergrond uit duinzand bestaat waarop zich in de Middeleeuwen en Nieuwe tijd een dik antropogeen pakket heeft gevormd. Aan de hand van een in 2011 verricht proefsleuvenonderzoek (Halverstad 2011) is vastgesteld dat dit pakket is gevormd in de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. In en onder het pakket werden grondsporen aangetroffen. De archeologische vondsten en sporen zijn vervolgens als behoudenswaardig gewaardeerd. De opgraving is uitgevoerd omdat in het gebied de bouw van woningen is gepland. Gedurende de bouwwerkzaamheden zal de bodem sterk worden geroerd, waardoor archeologische waarden in ernstige mate zullen worden aangetast. De opgraving besloeg een gebied met een omvang van 315 m², het areaal waar de meeste verstoring door de nieuwbouw gaat plaatsvinden. Geologie landschapDe natuurlijke ondergrond van het plangebied bestaat uit duinzand behorend tot de Jonge Duin- en Strandzanden (thans Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Schoorl). Het duinzand is afgedekt door drie antropogene pakketten. Antropogeen pakket 1 is mogelijk een akkerlaag, uit het pakket is geen vondstmateriaal verzameld, dus alleen relatief te dateren aan de hand van antropogeen pakket 2. Antropogeen pakket 2 is geïnterpreteerd als een ophogingspakket; op grond van een Paffrath-scherf en enkele grijsbakkende scherven is het pakket te dateren tussen de 10e-14e eeuw. Antropogeen pakket 3 is eveneens geïnterpreteerd als een ophogingspakket, dat op grond van het aangetroffen aardewerk waarschijnlijk te dateren is vanaf de 16e eeuw. SporenTijdens de opgraving zijn veel greppels gedocumenteerd. Waarschijnlijk zijn de meeste greppels onderdeel van de inrichtings- en verkavelingsstructuren van het terrein. In de zuidwesthoek van het opgegraven areaal zijn twee kringgreppels met een diameter van 5 m waargenomen. De ene was rond, de ander ovaal. De functie van deze kringgreppels kan mede bepaald worden aan de hand van wat bekend is over de traditionele landbouw: het zijn de locaties van schelven of mijten van landbouwgewassen, waar omheen een greppel werd gegraven voor de afvoer van regenwater. Deze mijten kunnen duiden op landbouwactiviteiten in de buurt. In totaal zijn 13 kuilen aangetroffen, die als paalkuil geïnterpreteerd zijn. Daarnaast zijn er verspreid over het terrein 51 sporen die niet verder dan kuil te duiden waren. Een spoor werd op grond van de vulling bestaande uit houtskoollagen en verbrande klei in het veld als een haard opgevat. Bij het archeobotanisch onderzoek bleek echter dat het verkoolde materiaal hoofdzakelijk uit graankorrels bestond. Vermoedelijk betreft het spoor een afvalkuil in plaats van een haardkuil.Er zijn op het maaiveldniveau of iets daaronder twee muren en een fundering aangetroffen. De fundering was opgebouwd uit kloostermoppen. De muren liggen in verband met elkaar. De datering van de muren en de fundering is lastig, de kloostermoppen zijn waarschijnlijk secundair gebruikt, maar aangezien het hergebruik van de stenen niet met zekerheid is te zeggen, moeten we toch uitgaan van een datering vanaf de 13e eeuw.VondstenHet meeste aardewerk dateert uit de Late Middeleeuwen (1000-1500), met de nadruk op de periode 1000-1200. Enkele scherven komen uit de Romeinse tijd en de Nieuwe Tijd. De verhoudingen tussen de aantallen scherven van de groep Kogelpot-Pingsdorf-Paffrath-Andenne-Elmpt doen vermoeden dat de bewoning aan het eind van de 11e of in de 12e eeuw aanvangt. De aanwezigheid van Andenne aardewerk en de geringe hoeveelheid kogelpotaardewerk kunnen daar op wijzen. Ook zijn er geen typisch vroege (10e eeuw) of late (13e eeuw) randvormen van Paffrath aardewerk aangetroffen. De geringe omvang van het aardewerkcomplex als geheel maakt echter dat het niet is uit te sluiten dat het materiaal een lange bewoningsperiode weerspiegelt, die in circa 1000 aanvangt, en die continu doorloopt naar de 13e-14e eeuw en later. Tussen het aangetroffen botmateriaal zijn geen menselijke resten aangetroffen, ook zijn er geen sporen aangetroffen die in verband gebracht kunnen worden met de kerk.VoedselOp de vindplaats zijn tenminste zes cultuurgewassen gevonden: broodtarwe, gewone haver, tweerijige bedekte gerst, rogge, gewone haver en duivenboon. Daarnaast waren mogelijk erwt of voederwikke bekend als voedsel. Er zijn verder vele verkoolde en gemineraliseerde zaden van het taxon kool/ mosterd (Brassica/Sinapis) aangetroffen, waaronder meerdere cultuurgewassen en wilde soorten vallen, zoals kool (Brassica oleracea), koolzaad (Brassica napus), raapzaad (Brassica rapa), witte mosterd (Sinapis arvensis) en zwarte mosterd (Brassica nigra).Op basis van de aanwezige akkeronkruiden valt op te maken dat tenminste een deel van de akkers in de Late Middeleeuwen gelegen was op kalkarme, matig voedselrijke, zure bodem. Dit betreft vermoedelijk (ontkalkt) duinzand. Op een deel van de akkergrond moet de voedselrijkdom groter zijn geweest. Verder is er sprake van een soort (blauwe walstro) die kenmerkend is voor kalkrijke, lichte bodem, zoals kalkrijk duinzand of lichte zavel. De aanwezigheid van enkele soorten van natte standplaatsen in het verkoolde assemblage wijst op (lokale) problemen met drainage van de akkers. Tenslotte duiden de aanwezige verkoolde zaden van kweldersoorten op periodieke overstromingen van akkerpercelen met zeewater. Of deze omstandigheden moeten worden gezocht op één, aaneengesloten, stuk bouwland of op verschillende percelen verspreid door tijd en of ruimte blijkt niet uit het archeobotanisch materiaal.In de vulling van de kringgreppels die om de mijt liggen zijn vele verkoolde graankorrels, kafresten en akkeronkruiden aangetroffen die duiden op oogstverwerkende activiteiten (dorsen, wannen, zeven) in de nabijheid van de sporen. In de afvalkuil is verkoold materiaal hoofdzakelijk bestaand uit graankorrels aangetroffen. Tevens zijn er veel gemineraliseerde plantenresten gevonden. Erf met bewoning en agrarische activiteitenDe vondsten en sporen vormen aanwijzingen dat in of in de buurt van het plangebied een erf (met bewoning) in de Middeleeuwen aanwezig is geweest. Er is moeilijk een echte fasering aan te brengen in de aanwezige sporen, op te merken valt wel dat het accent van de bewoning ligt in de 10e-12e/13e eeuw. Naast bewoningsresten zijn er ook aanwijzingen voor agrarische bezigheden op en in de omgeving van het terrein in het verleden. In het profiel is namelijk een laag geïnterpreteerd als mogelijke akkerlaag; ook de kringgreppels die wellicht om mijten hebben gelegen, geven dit aan. Verscheidene gedocumenteerde greppels wijzen op een ruimtelijke indeling van het terrein.Het dorp OostvoorneEr zijn nog steeds erg veel vragen over de ontstaansgeschiedenis van het kerkringdorp Oostvoorne en de Jonge Duin waarop het dorp is ontstaan. Ook de scherven uit de Romeinse tijd roepen veel vragen op; zijn de sporen waarin ze zijn aangetroffen uit deze periode, of is het opspit? Is het duin mogelijk toch ouder dan we denken en al voor de Romeinse tijd ontstaan? Zolang deze vragen nog niet beantwoordt zijn, dient er dus ook rekening te worden gehouden met oudere vondsten, dan die van het dorp Oostvoorne. Op het AHN is goed te zien dat de historische kern van Oostvoorne met het plangebied en ook het net ten noorden daarvan gelegen burchtterrein zijn gesitueerd in het areaal van een min of meer geïsoleerd liggende hoogte aan de binnenduinrand, in het oosten van het verspreidingsgebied van de Jonge Duinen. De hoogte van het maaiveld reikt tot 3 m + NAP; het maximale verschil met de omgeving bedraagt tegenwoordig ongeveer 2,5 meter. Direct ten oosten van de hoogte bevinden zich de laaggelegen ingepolderde gebieden van Voorne; even ten noorden ligt de Maas die in het verleden iets verder naar het westen in de Noordzee uitmondde. In dit landschap lijkt de natuurlijke verhoging een ideale vestigingslocatie in de 11e-13e eeuw, de periode waarin het huidige Oostvoorne en het kasteel van de heren van Voorne ontstonden. In historische bronnen wordt (de kerk van) Oostvoorne voor het eerst in 1105 genoemd.Maar behalve vragen kunnen er ook enkele antwoorden worden gegeven, zoals hierboven te lezen is. De sporen die samenhangen met het erf in het dorp Oostvoorne, zijn goed bewaard gebleven en ook al is er maar een klein deel opgegraven, de potentie is duidelijk af te lezen. In de historische kern van Oostvoorne dient men rekening te houden met belangrijke archeologica die meer kunnen vertellen over de ontstaansgeschiedenis van het dorp en zijn ontwikkeling.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-xj7-tjm9
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-xj7-tjm9
Provenance
Creator W. Zijl
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor BOOR Rotterdam; W. van der Meer (BIAX); Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR)
Publication Year 2013
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact BOOR Rotterdam (Gemeente Rotterdam)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml; image/jpeg; text/csv
Size 20397211; 14785; 2286629; 2313356; 2391646; 2362934; 2290994; 2310875; 2341616; 2365238; 2338030; 2395797; 2365830; 2334479; 2213692; 2162906; 2362165; 2312866; 2402354; 2275004; 2308912; 2360687; 2399159; 2352144; 2377417; 2299342; 2177232; 2397941; 2179289; 2367663; 2267379; 2322138; 2395539; 2268124; 2389589; 2303424; 2370952; 2283025; 2370432; 2162504; 2302714; 2264410; 2280909; 2205026; 2343796; 2202484; 2269735; 2395924; 2336991; 2298819; 2328429; 2276119; 2403353; 2387487; 2319121; 2310749; 1747123; 1630682; 2222359; 2369399; 2337034; 2349698; 2355800; 2264636; 2322647; 2385982; 2389101; 2341600; 2329742; 2229067; 2364423; 2196666; 2245759; 1478436; 1359980; 1444786; 1431411; 1474249; 1502190; 1349422; 1354491; 1350108; 1494589; 1495108; 1371857; 1423768; 1380564; 1517937; 1480947; 1468928; 1440541; 1486100; 1481825; 1491492; 1461957; 1448168; 1472686; 1476766; 1476037; 1453085; 1500078; 1511273; 1510603; 1483081; 1465214; 14394; 193333; 9536; 74073; 10141; 51456
Version 2.0
Discipline Humanities