Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) In opdracht van Witteveen + Bos Raadgevende Adviseurs heeft RAAP in de periode april-mei 2023 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend en karterend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Project Wijde Aa te Koudekerk aan den Rijn in de gemeente Alphen aan den Rijn.Op basis van het bureauonderzoek blijkt dat in deelgebied Doespolderwatering vermoedelijk een crevassesysteem aanwezig is, waarop archeologisch resten uit perioden vanaf het neolithicum werden verwacht.Voor deelgebied Molenwatering werden archeologische resten uit de periode neolithicum-ijzertijd verwacht op oeverafzettingen van de Oude Rijn.In deelgebied Lagewaard geldt een verwachting voor archeologische resten uit de Romeinse tijd en middeleeuwen, eveneens op oeverafzettingen van de Oude Rijn.Op basis van het veldonderzoek is het volgende gebleken: In deelgebied Doespolderwatering zijn weliswaar crevasseafzettingen aangetroffen, maar hierin zijn tijdens het verkennende booronderzoek geen aanwijzingen gebleken voor bodemvorming en (dus) ook geen potentieel archeologisch niveau.In deelgebied Molenwatering zijn tijdens het karterend booronderzoek in diverse boringen fragmenten houtskool aangetroffen, veelal direct boven een laklaag (een potentieel voormalig loopvlak) . Dit deelgebied is gelegen in een zone waarvan op voorhand al bekend was dat de kans op archeologische vindplaatsen groot is. Om deze reden wordt de laklaag hier dan ook beschouwd als een archeologische laag. Gezien het feit dat de laklaag weliswaar niet in alle boringen als zodanig is herkend, wordt gezien het feit dat deze verspreid over het gehele deelgebied voorkomt, er wel rekening mee gehouden dat in het gehele deelgebied een archeologische laag aanwezig kan zijn.In deelgebied Lagewaard is in boringen 65 en 66 een vegetatiehorizont (laklaag) ontstaan in de oeverafzettingen, waarbij in boring 65 tevens een fragment grijsbakkend ongeglazuurd (vermoedelijk middeleeuws) aardewerk is aangetroffen. Dit fragment aardewerk maakt gezien de ligging in een vegetatiehorizont op oeverafzettingen mogelijk deel uit van een archeologische vindplaats. Het fragment houtskool wat in deze boring tevens op dit niveau is aangetroffen, heeft daarom mogelijk ook archeologische betekenis. Beide boringen bevinden zich in een perceel met een opvallende vierkante vorm, die doet denken aan een omgrachting rond een huis. In het bureauonderzoek waren hiervoor echter nog geen concrete aanwijzingen voorhanden, maar gezien de vondst van het aardewerkfragment in combinatie met de bodemopbouw dient wel rekening gehouden te worden met deze mogelijkheid. De zone die met rood is aangegeven op figuur 22 vormt vermoedelijk een vindplaats uit de middeleeuwen.Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in deelgebied Molenwatering en een klein deel van deelgebied Lagewaard (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen. Dat kan door bodemingrepen in de rood gekleurde zone op figuur 22 te vermijden.Indien planaanpassing niet mogelijk is, wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming een vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen. In dit geval dient deze te bestaan uit het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een karterend proefsleuvenonderzoek.In het overige deel van het plangebied wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c .q.de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).