Het zuidelijk deel van het plangebied ligt volgens de geomorfologische kaart op een uitloper van een dekzandrug. Naar het noorden toe gaat de dekzandrug over in grondmorenen afgedekt met een dik pakket dekzand. Gezien de ouderdom van de afzettingen binnen het plangebied kunnen hier archeologische waarden aanwezig zijn vanaf het Laat-Paleolithicum tot heden (Bijlage 1). Landschappelijk gezien is de hoge ligging van het gebied (dekzandrug) een gunstige locatie (hoog en droog) voor bewoning.Het plangebied is op de Bodemkaart van Nederland geclassificeerd als opgehoogd of opgespoten grond. Extrapolatie van de omliggende bodemeenheden leidt tot de conclusie dat vermoedelijk veldpodzol- en gooreerdgronden in het plangebied aanwezig zijn. Deze bodemtypen worden voornamelijk verwacht in relatief lage en natte gebieden. Vermoedelijk betreft het een lage dekzandrug, waar de gemiddelde grondwaterspiegel relatief dicht onder het maaiveld is. Het archeologische niveau bevindt zich bij alle bovengenoemde bodems binnen de eerste 50 cm beneden maaiveld. Het feit dat het terrein is opgehoogd of opgespoten, hangt samen met de historische ontwikkeling van het plangebied en omgeving als onderdeel van een zoutfabriek. Ten gevolge van de bouw en werkzaamheden op het fabriek hebben naast ophogingen ook afgravingen binnen de grenzen van het plangebied plaatsgevonden. Een eerder uitgevoerd milieuonderzoek door Eggink (2007) toont aan dat er vier kalkstortputten in het plangebied aanwezig zijn. De begrenzingen van de aangelegde kalkstortputten is gebaseerd op de ligging van aarden wallen en is weergegeven in Bijlage 2. Bij de aanleg van de stortputten is hoogstwaarschijnlijk de grond tot ca. 1 m beneden maaiveld afgegraven en dus ook het gehele archeologische niveau.Op basis van het milieukundig booronderzoek is geen exacte verstoringsgraad voor de overige delen van het plangebied aan te geven. Wel is op een topografische kaart uit 1955-1965 te zien dat het noordelijk deel van plangebied in gebruik was als rangeerterrein, die in verbinding stond met de spoorlijn. De aangetroffen betonplaat op ca. 1 m beneden maaiveld is vermoedelijk een restant van dit rangeerterrein. Delen van een intact archeologisch niveau kunnen nog voorkomen aangezien met de vrijgekomen grond uit de stortputten grote delen van het terrein en rondom de stortputten zijn opgehoogd. Een eventueel aanwezig archeologisch niveau kan hierdoor bewaard zijn gebleven tegen latere verstoringen. Op grond van het ontbreken van archeologische waarnemingen kan er op dit moment geen specifieke archeologische verwachting voor het plangebied worden gegeven. Op de archeologische verwachtingskaart van de Gemeente Enschede ligt het plangebied in een zone met een middelhoge archeologische verwachting op het aantreffen van archeologische resten.Op basis van deze gegevens blijft de middelhoge archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten vanaf de Steentijden tot heden vooralsnoggelden voor de delen van het plangebied zonder kalkstortputten. De verstoringsgraad van het archeologische niveau is op dit moment nog niet met zekerheid is te stellen.