Tiel, Veilingterrein, toekomstige Lingecollege en Teisterbantlaan Gemeente Tiel, Veilingterrein, toekomstige Lingecollege en Teisterbantlaan te Tiel

DOI

Aanleiding BAAC heeft een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd in het plangebied Veilingterrein, Lingecollege en Teisterbantlaan te Tiel. Aanleiding voor het onderzoek zijn de geplande herontwikkelingen op en rondom het veilingterrein en de Teisterbantlaan inclusief de realisatie van een nieuw schoolgebouw voor het Lingecollege. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de aanvraag voor een omgevingsvergunning.Archeologische Verwachting Op de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Tiel liggen de onderzoekslocaties Veilingterrein en toekomstige Lingecollege in een zone met een hoge archeologische verwachting. Onderzoekslocatie Teisterbantlaan ligt in een gebied met deels een lage en deels een middelhoge archeologische verwachting.De hoge archeologische verwachting voor onderzoekslocaties Veilingterrein en toekomstige Lingecollege geldt voor het aantreffen van archeologische resten (complextypen: nederzetting, begraving) uit het midden-/laat-neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Voor de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd B geldt een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. Aan weerszijden van de Papesteeg worden bewoningsresten uit de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd B verwacht. Er kunnen meerdere archeologische niveaus aanwezig zijn; een oudste niveau vanaf 1,3 à 2,2 m -mv tot maximaal 3 m -mv en een jongste niveau vanaf 0,3 à 2,0 m -mv. De natuurlijke afzettingen worden, met name in het oostelijke deel van de onderzoekslocatie, afgedekt door stadsophoogpakketten waarin archeologische resten uit de middeleeuwen en de nieuwe tijd worden verwacht.Voor onderzoekslocatie Teisterbantlaan geldt een lage tot middelhoge archeologische verwachting op het aantreffen van archeologische resten (complextypen: nederzetting, begraving) uit het midden-/laat-neolithicum tot en met de Romeinse tijd. Voor de periode middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd B geldt een middelhoge archeologische verwachting. Er worden twee archeologische niveaus verwacht; een oudste vanaf 2,7 m -mv tot maximaal 4 m -mv en een jonger niveau vanaf circa 0,7 m -mv. De natuurlijke afzettingen worden in de gehele onderzoekslocatie afgedekt door een ophoogpakket uit de jaren ‘60/ ’70 van de vorige eeuw.Veldresultaten Uit het veldonderzoek blijkt dat het oostelijke en centrale deel van de onderzoekslocatie Veilingterrein op een door de Linge (gedeeltelijk) gereactiveerde meandergordel van het Ochten-riviersysteem ligt. De meandergordel is opgebouwd uit grof beddingzand dat binnen 1,5 m -mv voorkomt (4,5 m +NAP). Het beddingzand wordt afgedekt door oeverafzettingen met in de top ervan een dun kleidek. In de top van het natuurlijke sediment komt vanaf 50 cm -mv een duidelijk verweerde bodem voor, die vaak wordt bedekt door een (stads)afval-/ophoogdek.De meandergordel wordt aan de (zuid)westzijde begrensd door een circa 50 m brede restgeul. De basis van de restgeul ligt op circa 2,8 m +NAP en lijkt vanwege de maximale zanddiepte een door de Linge gereactiveerde geul van het Ochten-riviersysteem te zijn. Wanneer deze reactivering heeft plaatsgevonden is onbekend. In de top van de restgeul komt een potentieel archeologisch niveau voor. De top van dit niveau schommelt tussen 3,5 en 3,8 m +NAP (130-180 cm -mv).De boringen die gezet zijn op het hoger gelegen spoortalud noordelijk van de Spoorstraat laten een tweefasig opgebracht ophoogdek zien van 160 tot 290 cm dikte. Op een diepte tussen 115 en 170 cm -mv (5,2-5,6 m +NAP) is een oud maaiveld aanwezig dat vermoedelijk stamt uit de periode voorafgaand aan de ingebruikname van de stoomtrambaan in het begin van de 20e eeuw.Het westelijke deel van onderzoekslocatie Veilingterrein, het gebied rondom de Papesteeg en het toekomstige Lingecollege, liggen in een gebied waar voornamelijk oever- op komafzettingen voorkomen. De hier vermoedelijk in twee fases afgezette oeverafzettingen komen voor vanaf 20 à 90 cm -mv (4,0-4-6 m +NAP). De top van de oeverafzettingen is licht verweerd/verbruind. Langs de Papesteeg zijn op meerdere plekken aanwijzingen voor menselijke activiteit aangetroffen, waaronder bewoningsresten, fosfaat, een mogelijke (berm)greppel en botresten.De bodem ter hoogte van onderzoekslocatie toekomstige Lingecollege is tot ver in de aanwezige oeverafzettingen verstoord/vergraven. Het jongste pakket oeverafzettingen van de Linge is hier verdwenen. In het noordoostelijke deel komen nog wel oudere oeverafzettingen met een verweerde bodem voor direct of nagenoeg direct onder de bouwvoor vanaf 20/50 cm -mv. In het uiterst zuidelijke deel komen de restanten van een (rest)geul voor. De bodem in het westelijke deel van de onderzoekslocatie toekomstige Lingecollege is tot circa 80 tot 100 cm -mv (3,6 à 3,9 m +NAP) verstoord/vergraven. In deze zone is de top van het oeverpakket inclusief het hier eerder aanwezige (stads)ophoogdek verdwenen.De onderzoekslocatie Teisterbantlaan ligt even ten noorden van een meanderbocht van de Waal op een zavel- tot zandhoudend lichaam dat vermoedelijk behoort tot een crevasse. De top van dit potentieel archeologische niveau komt voor vanaf 90 à 190 cm -mv (3 à 4 m +NAP). De crevasse wordt aan de bovenzijde begrensd door oever-/komafzettingen. In de kleiige top van deze kom-/oeverafzettingen komt een licht verweerde bodem voor, die langs de zuid- en oostzijde van de onderzoekslocatie vermengd is in een cultuurdek. De top van de slecht ontwikkelde bodem (al dan niet met een cultuurdek) komt voor vanaf 40/85 cm -mv (4,1/4,5 m +NAP) en wordt afgedekt door bouw-/ophoogzand. In de boringen rondom het huidige schoolgebouw zijn het cultuurdek en de top van de oeverafzettingen verdwenen als gevolg van de bouw van de huidige school. De verstoringsdiepte rondom het schoolgebouw varieert tussen de 70 en 120 cm -mv (tot 3,6 à 4,3 m +NAP). Hier is sprake van slechts één archeologisch niveau in de top van de aanwezige crevasse. Onder het schoolgebouw lijken alle potentiële archeologische niveaus verdwenen te zijn.Archeologische verwachting na verkennend onderzoek De archeologische verwachting van de gemeentelijke verwachtingskaart kan op basis van de resultaten van het veldonderzoek voor het oostelijke deel van onderzoekslocatie Veilingterrein gehandhaafd blijven. Uitzondering hierop vormen de zones waar diep reikende verstoringen voorkomen. Voor deze zones geldt een lage archeologische verwachting voor alle perioden. In beide zones komen diep reikende verstoringen voor tot in het beddingzand van de Linge of Ochten meandergordel . Specifiek komen in het deel van onderzoekslocatie Veilingterrein met een hoge archeologische verwachting tot maximaal drie potentiële archeologische niveaus voor; een jongste direct vanaf 30 cm -mv onder het huidige ophoog-/egalisatiezandpakket, een tweede vanaf 50 cm -mv in een bewerkte bodem in de top van de Linge-afzettingen een oudste niveau vanaf 100 cm -mv in de top van afzettingen behorende tot het Ochten-riviersysteem.Ter plekke van het spoorterrein geldt daarnaast een hoge verwachting op het aantreffen van spoor gerelateerde complextypen, zoals goederenloodsen, de voormalige stoomtram spoorbaan, een (tram)station en WOII gerelateerde objecten. Resten uit de laat 19e/begin 20e eeuw worden hier vanaf een diepte tussen 115 en 170 cm -mv (5,2-5,6 m +NAP) verwacht. Oudere resten zullen zich onder het spoortalud bevinden vanaf 160 en 290 cm (vanaf circa 5 à 5,2 m +NAP). Op basis van de verstoringsdiepte in NAP-waardes worden onder het spoortalud vermoedelijk alleen nog archeologische resten in de top van het Ochten-riviersysteem verwacht.In de (gereactiveerde) restgeul zijn in het geulbeddingzand archeologische resten te verwachten uit het midden-/laat-neolithicum en later, en in de restgeulvulling zelf vermoedelijk uit de late ijzertijd en later. In de restgeul worden bijzondere datasets verwacht. Bij bijzondere datasets valt te denken aan botrijk nederzettingsafval, o.a. zichtbaar aan het voorkomen van fosfaatvlekken, maar ook resten van bruggen/voorden, (rituele) deposities, visfuiken, dammetjes, boten en/of haventjes/aanlegsteigers.Ook voor het westelijke deel van onderzoekslocatie Veilingterrein en het gebied rondom de Papesteeg wordt de hoge archeologische verwachting bevestigd. Voor beide zones geldt een hoge archeologische verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit het midden-/laat-neolithicum tot en met de nieuwe tijd B. Archeologische resten worden verwacht in de top van de hier vermoedelijk in twee fases afgezette oeverafzettingen, die voorkomen vanaf 50 cm -mv in het niet opgehoogde deel en vanaf 160 cm -mv ter hoogte van het spoortalud (vanaf respectievelijk circa 5,0 en circa 4,3 m +NAP). In deze gebieden worden bewoningsresten, begravingen en infrastructuur verwacht.De onderzoekslocatie toekomstige Lingecollege laat een zone met deels afgetopte oeverafzettingen in het noordoostelijke deel en diep verstoorde/afgetopte oeverafzettingen in het noordwestelijke deel zien. Het noordoostelijke deel krijgt derhalve een middelhoge archeologische verwachting en het noordwestelijke deel een lage archeologische verwachting. De oeverafzettingen in het noordoostelijke deel komen direct onder de sterk puin houdende bovengrond vanaf 20 à 50 cm -mv (4,2 à 4,6 m +NAP) voor. In de zuidelijke zone met restgeulafzettingen worden geen archeologische (nederzettings)resten, anders dan water gerelateerde vondsten, meer verwacht.De lage tot middelhoge archeologische verwachting voor onderzoekslocatie Teisterbantlaan kan voor een groot gedeelte van de onderzoekslocatie of naar boven toe worden bijgesteld. De zones met een middelhoge archeologische verwachting zijn gebieden waar oever- en/of crevasseafzettingen voorkomen vanaf 90 à 190 cm -mv (3 à 4 m +NAP). De gebieden met een hoge archeologische verwachting hebben tevens een cultuurdek vanaf 40 à 85 cm -mv (4,1/4,5 m +NAP). Voor het gedeelte rondom het schoolgebouw geldt een lage archeologische verwachting voor alle perioden.Advies BAAC adviseert om bij bodemverstorende activiteiten die dieper reiken dan 30 cm -mv een vervolgonderzoek door middel van een archeologisch proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren in die zones waarvoor op basis van het verkennend booronderzoek een hoge danwel middelhoge archeologische verwachting geldt.. Ter hoogte van de restgeul in het westelijke deel van onderzoekslocatie Veilingterrein adviseert BAAC een geoarcheologisch onderzoek uit te voeren. BAAC adviseert de gebieden met lage archeologische verwachting vrij te geven voor ontwikkeling. Het advies is in z’n geheel overgenomen door de bevoegde overheid.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-ztm-3f5n
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-ztm-3f5n
Provenance
Creator C.C. Kalisvaart
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor R.C.B. Steenbak; BAAC
Publication Year 2022
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact R.C.B. Steenbak (Provincie Noord-Brabant)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/dbf; application/pdf; application/gml+xml; application/zip; text/xml; image/jpeg
Size 3740; 11629; 36797; 21086; 65812; 3583932; 401038; 163132; 38125; 182054; 3729; 830; 1012; 16365; 29394; 3028; 2337; 1148; 20340; 1831; 1895; 2143; 1475; 1057; 1624; 1902; 1391; 1238587; 978; 1602; 146700; 1445; 9662; 1280; 1023136; 907; 2052; 2963; 980; 38275; 1470; 2117; 2075; 1209; 2392; 2130; 2250; 142335; 4552; 7920487; 25588056; 7031898; 7440932; 5717335; 5882125; 7426473; 5254816; 3615283; 4295169; 8565292; 8078552; 6220910; 5770102; 8578068; 3600014; 3799809; 8838291; 4961947; 5205945; 5693469; 4740645; 4509866; 3666830; 3651505; 7692978; 4253549; 3985641; 3650469; 3387624; 5532888; 5317342; 5184231; 6165918; 6370356; 3379841; 3940219; 6083237; 4751687; 7898190; 7170525; 6929481; 5190237; 9343372; 8732541; 7853802; 4616562; 6967325; 3008883; 5476503; 5126397; 5856471; 4941474; 3556041; 25720
Version 1.0
Discipline Humanities