In opdracht van de gemeente Nijmegen heeft Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit van de gemeente Nijmegen (BABN) in mei en juni 2022 gedurende tien werkdagen een proefsleuvenonderzoek (Inventariserend Veldonderzoek; IVO-P) uitgevoerd op kavel 4 binnen het plangebied Mercuriuspark, gelegen aan de Koopvaardijweg te Nijmegen (gemeente Nijmegen). Het plangebied wordt door de gemeente overgedragen voor ontwikkeling (bedrijfspanden). Het proefsleuvenonderzoek volgde op het bureau- en booronderzoek dat voor het hele plangebied Mercuriuspark is uitgevoerd. Op basis hiervan werden binnen het plangebied vanaf een diepte van 1 m -mv (ca. 9,50 m +NAP) archeologische resten uit de Romeinse tijd, late middeleeuwen en nieuwe tijd verwacht. Een lagere verwachting gold voor resten uit de Tweede Wereldoorlog. Uit de vroege middeleeuwen werden hooguit enkele losse vondsten verwacht.
Het proefsleuvenonderzoek heeft binnen het hele plangebied een behoudenswaardige vindplaats uit de vroege en volle middeleeuwen (MEVB-MELA) aangetoond. Het gaat hierbij om een nog onbepaalde nederzetting met mogelijk een ambachtelijke functie. De hiertoe behorende sporen bestaan hoofdzakelijk uit paalsporen, greppels en kuilen, mogelijk zijn twee waterputten aangesneden. Opmerkelijk is de vondst van een gracht met daarachter sporen van een houten palissade in het noordoosten van het plangebied. In het zuiden zijn paalsporen van een tijdens het vervolgonderzoek in deelgebied 1 vrijwel geheel blootgelegde huisplattegrond opgetekend en is een deel van waarschijnlijk een vergelijkbaar huis en een mogelijke structuur met wanden in standgreppels aangesneden. Onder de vondsten zijn ijzerslakken en maalsteenfragmenten, die aanwijzingen vormen voor ambachtelijke activiteiten ter plaatse.
De vindplaats kwam tevoorschijn op een diepte van 1 m -mv in het zuiden tot 1,5 à 2 m -mv in het noorden (8,70 tot 9,20 m +NAP) in een bewerkt pakket hoogvloedleem (laag 5020), welke zich had afgezet op grindrijke, zandige terras-afzettingen (Formatie van Kreftenheye-5). De vindplaats wordt afgetopt en afgedekt door een bouwvoor of cultuurlaag uit de nieuwe tijd (17e eeuw of jonger), plaatselijk mogelijk door een laag overslagmateriaal (5015). De vindplaats lijkt zich aan alle zijden uit te strekken buiten het plangebied. Richting het zuiden lijkt de sporen- en vondstintensiteit wel af te nemen, deze is het grootst in het noordoosten van het plangebied. Ondanks het feit dat de bodemopbouw is aangetast door overstromingen en/of bodembewerking, is de vindplaats toch redelijk tot goed geconserveerd.