Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen Triangeldreef 21 te Etten-Leur, gemeente Etten-Leur

DOI

In mei en september 2018 heeft Antea Group een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied aan de Triangeldreef 21 te Etten-Leur, gemeente Etten-Leur. Het onderzoek heeft bestaan uit een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek, d.m.v. boringen (verkennende fase). Het plangebied ligt op de archeologische beleidskaart van de gemeente Etten-Leur deels in de beleidscategorie ‘archeologische verwachting hoog’ en deels in de categorie ‘archeologische verwachting laag’, beiden met de toevoeging ‘bebouwde kom’. Voor gebieden met een hoge archeologische verwachting geldt dat onderzoek verplicht is bij gebieden groter dan 1.000 m2 die dieper gaan dan 0,4 m – mv. In gebieden waar twee verschillende archeologische verwachtingswaarden aanwezig zijn geldt per definitie de hoogste waarde voor het gehele gebied. Dit conform gemeentelijk beleid. De oppervlakte van het voorliggende plangebied bedraagt circa 6.780 m2 en overschrijdt daarmee de vrijstellingsgrenzen. Aanleiding tot het onderzoek vormt de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Het plangebied is een toekomstige woningbouwlocatie. De bouw van de woningen zal vanzelfsprekend gepaard gaan met bodemverstorende werkzaamheden waarvan voorzien wordt dat deze dieper zullen reiken dan 0,4 m – mv. Bureauonderzoek : voor het plangebied geldt een brede archeologische verwachting. Dit omdat er bij de huidige kennis (nog) geen archeologische perioden met zekerheid uitgesloten kunnen worden. Er kunnen resten en sporen worden aangetroffen uit het paleolithicum tot en met de nieuwe tijd, afhankelijk van de bodemopbouw van het plangebied. Een voorbehoud dient te worden gemaakt voor de periode vanaf het laat neolithicum tot de volle middeleeuwen, vanwege de aanwezigheid van grote veengebieden in (de omgeving van) het plangebied. Hoewel in de directe omgeving vooral vondsten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd bekend zijn, is het voorkomen van vondsten uit voorgaande perioden formeel niet met zekerheid uit te sluiten.Booronderzoek: tijdens het verkennende booronderzoek is een enkeerdgrond aangetroffen die redelijk intact was: in alle boringen is nog een BC-horizont waargenomen. Verwacht mag derhalve worden dat de oorspronkelijke top van de C-Horizont nog intact is en daarmee ook een eventueel aanwezig sporenvlak. Op basis van deze waarneming is niet uit te sluiten dat er archeologische sporen in het plangebied aanwezig zijn.Advies: de aanbeveling luidt om in het plangebied vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van proefsleuvenonderzoek, na de (bovengrondse) sloop van de bebouwing.De bevoegde overheid ging akkoord met dit selectieadvies en heeft een selectiebesluit opgesteld.

Antea Group Archeologie 2018/79

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-z6j-jw9k
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-z6j-jw9k
Provenance
Creator J.E. Colijn
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor J.E. Colijn; G. Sophie (Antea Group); Antea Group
Publication Year 2018
Rights CC-BY-ND-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by-nd/4.0
OpenAccess true
Contact J.E. Colijn (Antea Group BV)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml
Size 7454754; 7186; 6854; 1006; 4278
Version 1.0
Discipline Humanities