Laagland Archeologie heeft op 27 en 28 mei 2024 een Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven uitgevoerd aan de Vaassenseweg - Hogeweg te Emst, gemeente Epe (GD). Op het terrein is eerder archeologisch onderzoek uitgevoerd. Op basis van dit eerder uitgevoerde onderzoek geld voor het plangebied een hoge verwachting voor resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd.Op basis van dit onderzoek is door het bevoegd gezag besloten dat er een aanvullend onderzoek dient plaats te vinden in de vorm van een Inventariserend veldonderzoek – proefsleuven volgens SIKB KNA protocol 4003 IVO-P.Het doel van de archeologische proefsleuvenonderzoek is om vast te stellen of er zich in het onderzoeksgebied archeologische vindplaatsen bevinden en om deze aan de hand van de KNA-waarderingscriteria te waarderen en de behoudenswaardigheid vast te stellen.Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn er tien proefsleuven aangelegd conform het puttenplan uit het PvE.De bodemopbouw bestond overwegend uit een recente bouwvoor met hieronder een plaggendek waarin verschillende lagen onderscheiden konden worden. Onder het plaggendek was op verschillende plekken een oude akkerlaag aanwezig. Op andere plekken in het plangebied was deze akkerlaag niet aanwezig, wel werd hier handgevormd aardewerk in het plaggendek aangetroffen. Het is dan ook aannemelijk dat de akkerlaag op verschillende plekken binnen het plangebied is opgenomen of deels is opgenomen in het plaggendek. Hieronder was de C-horizont aanwezig in smeltwaterafzettingen. Aan de zuidzijde van het plangebied was de bodemopbouw intact. In twee proefsleuven aan de noordzijde van het plangebied was de bodem tot enige diepte verstoord. Op slechts enkele plekken rijkte de verstoringen tot in de C-horizont.Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn bewoningssporen aangetroffen in het zuidoostelijke deel van het plangebied. Deze sporen bestonden hoofdzakelijk uit paalsporen en twee kuilen. Het grootste deel van deze sporen bevond zich in proefsleuf 2, aan de oostzijde van het plangebied. Verspreid over de proefsleuven in de zuidelijke oostelijk helft van het plangebied zijn verschillende paalsporen aangetroffen met een vergelijkbare vulling als de paalsporen uit put 2. Op basis van het aangetroffen handgevormde aardewerk kunnen deze sporen in de IJzertijd tot en met de Romeinse tijd worden gedateerd.Selectieadvies: Op basis van de KNA waarderingscriteria gaat het om een behoudenswaardige vindplaats en adviseren wij in eerste instantie te onderzoeken hoe deze door aanpassingen in het inrichtingsplan of een geringere funderingsdiepte in situ geheel of deels behouden kan blijven. Mochten daartoe onvoldoende mogelijkheden zijn dan adviseren wij om de vindplaats zoals die is begrensd op te graven conform SIKB KNA-protocol 4004 Opgraven. Een nadere strategie dient dan in een PvE uitgewerkt te worden.Indien het bevoegd gezag van ons selectieadvies wil afwijken en in de voorwaarden voor de omgevingsvergunning dient zij dit voldoende te motiveren.