Laagland Archeologie heeft in december 2022 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de aanleg persleiding project vakantiepark Grotelsche Heide te Bakel. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de aanleg van een rioolpersleiding.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Op basis van het bureauonderzoek loopt het noordelijke deel van het plangebied door dekzandwelvingen en bedekt door hoge zwarte enkeerdgronden. Vanaf het Laat-Paleolithicum tot Nieuwe Tijd kunnen archeologische resten verwacht worden met een hoge verwachtingskans. In de noordelijke helft van het plangebied loopt een dalvormige laagte. Het dal heeft een middelhoge verwachting voor het Laat-Paleolithicum tot Bronstijd waarna het bedekt werd met veen tot de Nieuwe Tijd. Voor het zuidelijke deel van het plangebied geldt een lage verwachting voor archeologische resten. Dit bestaat uit verspoelde dekzanden die op verschillende locaties waarschijnlijk ontgrond zijn of weg geërodeerd zijn. Ook is het hier geen bebouwing bekend tot later in de 20e eeuw.Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans klein dat het plangebied archeologische sporen bevat, afgezien van de in Bijlage 11 aangeduide deeltracés. De meest noordelijke aangeduide zone heeft een hoge archeologische verwachting voor landbouwers (Midden-Neolithicum tot Nieuwe tijd). In deze zone wordt een proefsleuvenonderzoek geadviseerd. In deze zone wordt een proefsleuvenonderzoek (IVO-P – variant archeologische begeleiding) geadviseerd over een lengte van ongeveer 150 m. Vanwege de bodemingreep over een smalle leidingsleuf (max. 1 m) door een minigraver en de ligging op een zandpad.Voor de middelste zone in het bos geldt een middelhoge archeologische verwachting, jagers-verzamelaars (Laat-Paleolithicum tot Vroeg-Neolithicum) en prehistorische landbouwers (Midden-Neolithicum tot Vroege Middeleeuwen). Hiervoor wordt een karterend booronderzoek geadviseerd volgens de methode A7 volgens de Leidraad inventariserend veldonderzoek Deel: Karterend Booronderzoek.1 Omdat het leidingtracé over de lengte onderzocht wordt, wordt de lengte van het normaal te hanteren boorgrid van 13 m x 15 m gebruikt en wordt een tussenruimte van 13 m tussen de opeenvolgende boringen aangehouden. De lengte van het de te onderzoeken zone is ongeveer 320 m, zodat het om ongeveer 25 karterende boringen gaat.In de meest zuidelijk gelegen zone geldt een middelhoge archeologische verwachting voor prehistorische landbouwers (Midden-Neolithicum tot Vroege Middeleeuwen). Op deze locatie liggen eventuele archeologische resten onder een aanzienlijk dik verstoord/opgebracht pakket. Omdat er weinig ruimte is om te manoeuvreren (smalle strook onverhard en verhard wegdek) wordt in deze zone een proefsleuvenonderzoek(IVO-P – variant archeologische begeleiding) geadviseerd. De lengte van deze zone is ongeveer 85 m.Selectiebesluit d.d.31-1-2023 door archeologisch adviseur gemeente Gemert-Bakel, de heer Sjoerd Beuger In grote lijnen kan akkoord gegaan worden met het selectieadvies. De twee aangeduide verwachtingszones (noord -en zuidzones) waar archeologische begeleiding wordt geadviseerd zijn akkoord. De hierboven in de beoordeling benoemde zone rondom Hoeve Grotel wordt wel relevant geacht. Het aanboren van een slootvulling hier duidt mogelijk op de aanwezigheid van een historische hoeve met gracht. Ook het historisch kaartmateriaal toont veel bebouwing welk hedendaags niet meer aanwezig is. Een archeologische begeleiding kan informatie verschaffen over de historische Hoeve Grotel en de occupatie van het gebied. De geadviseerde begeleiding dient te worden uitgebreid tussen boring 20-22. De lengte van deze zone op het tracé bedraagt ongeveer 80 m.De zone karterend booronderzoek is akkoord op basis van de resultaten van het onderzoek. Hier dient vervolgonderzoek plaats te vinden en het voorgestelde karterend booronderzoek is de geëigende methode. De initiatiefnemer heeft aangegeven mogelijk voorkeur te hebben voor alles in één onderzoeksvorm te laten uitvoeren. Hiertoe wordt wel mogelijkheid gezien. De zone ‘karterend booronderzoek kan worden begeleidt waarbij een onderzoeksstrategie wordt toegepast voor het opsporen van steentijdvindplaatsen door het zeven van materiaal. De informatiewinst in deze zone komt niet zozeer uit het documenteren van een strook van vuursteenspreiding, maar uit het vaststellen óf er steentijdresten aanwezig zijn en zo ja, in welke vorm, uit welke periode en op welke diepte deze zich manifesteren. Voor de archeologische begeleiding dient een archeologisch Programma van Eisen te worden opgesteld. Voor het karterend booronderzoek kan worden volstaan met een Plan van Aanpak.Indien gekozen wordt om de middelste zone te onderzoeken middels archeologische begeleiding dient een goede onderzoeksstrategie te worden opgesteld ten aanzien van het opsporen van steentijdvindplaatsen. Het Programma van Eisen dient ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag.Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.