In opdracht van Waterschap Rijn en IJssel heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC bv een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied EVZ Beekvliet-Haarlo in de gemeente Berkelland.Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied bestaat uit een afwisseling van beekdalen en moerassige laagten met hogere dekzandruggen, die in het Weichselien en het Holoceen zijn ontstaan. Het plangebied was rond 1800 afwisselend in gebruik als hooiland, weiland en plaatselijk als bouwland en werd doorsneden door de sterk meanderende Berkel met plaatselijk een beekovergang. In de omgeving van het plangebied zijn van zowel de dekzandruggen als van de lagere delen van het landschap archeologische waarnemingen bekend die dateren uit het Mesolithicum tot de Nieuwe tijd. Door het gebied stroomde vanaf het begin van het Holoceen een netwerk van beken in noordwestelijke richting. Het verloop van deze beken is vanaf het midden van de dertiende eeuw sterk gewijzigd door het graven van verbindingen tussen de beken. Aan het einde van de negentiende eeuw en in de jaren zestig/zeventig is de gehele beekloop gekanaliseerd. In de jaren zeventig zijn bovendien de oude meanderbochten gedempt en het omringende gebied geëgaliseerd. Delen van het plangebied zijn afgegraven.Op basis van de resultaten uit het bureauonderzoek wordt aan de laagtes en beekdalen in het plangebied een middelhoge verwachting toegekend voor aan natte zones gerelateerde archeologische waarden uit het laatpaleolithicum tot nieuwe tijd. Hierbij moet gedacht worden aan de resten van infrastructuur, voorwerpen gerelateerd aan jacht- en visvangst, nederzettingsafval, rituele depositie, vaartuigen, gegraven waterwerken en winplaatsen van grondstoffen, e.d. Voor de deelgebieden met deze verwachting wordt een verkennend booronderzoek geadviseerd om de archeologische verwachting nader te specificeren. Vanwege de geringe breedte van de verstoring wordt voor de tracés met deze verwachting geen vervolgonderzoek aanbevolen. Aan een zone van 50 m rond de bekende beekovergangen wordt een hoge verwachting voor beekovergangen uit het laatpaleolithicum tot nieuwe tijd toegekend. Deze waarden kunnen zich zowel aan of nabij het oppervlakte als in diepere lagen bevinden. Geadviseerd wordt om in deze gebieden een archeologische begeleiding conform het protocol proefsleuven uit te voeren. Aan die delen van het plangebied die de oorspronkelijk hogere delen van het landschap aansnijden, wordt een hoge verwachting toegekend voor archeologische waarden (vuursteenvindplaatsen, nederzettingen en grafvelden) uit het laatpaleolithicum tot nieuwe tijd. Deze waarden bevinden zich voornamelijk aan of nabij het oppervlakte. Archeologische waarden uit het laatpaleolithicum zouden zich, afhankelijk van de geologische opbouw (d.w.z. Usselo bodem), ook dieper in de ondergrond kunnen bevinden. Voor deze delen van het plangebied wordt een vervolgonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek geadviseerd. Aan de afgegraven delen van het plangebied wordt een lage archeologische verwachting toegekend en wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd.