(25448.001) Eindrapportage archeologisch vooronderzoek Johanniterweg 4 in Doorwerth

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied in zijn algemeenheid een middelhoge verwachting voor de perioden Laat Paleolithicum t/m de Late Middeleeuwen. Verzamelde landschappelijke gegevens geven aan dat het plangebied op een relatief hoog deel van het Zuid-Veluwse stuwwallengebied ligt, op enige afstand van locaties waar eventueel sprake van stromend water. Ook voor Landbouwers vormde het plangebied in principe een voldoende geschikte locaties voor permanente bewoning. De mineralogisch rijke bruine zanden en moderpodzolbodem zijn van nature bodem met een hoge natuurlijke bodemvruchtbaarheid. Kanttekening is wel dat het bodemmateriaal plaatselijk zeer grind- en zelfs stenenrijk kan zijn, waardoor de grond lastig te bewerken is voor landbouwdoeleinden. Wel staat het Zuid-Veluwse stuwwallengebied bekend om zijn diverse grafheuvels uit het Laat Neolithicum, de Bronstijd en mogelijk de IJzertijd. In de omgeving van het plangebied zijn ook diverse resten van rituele activiteiten bekend uit de perioden Neolithicum t/m IJzertijd. Voor rituele resten uit deze perioden geldt dan ook een hoge verwachting. Geraadpleegd historisch kaartmateriaal laat verder zien dat het plangebied vanaf de 17e eeuw in een bosgebied/bosrijk gebied lag, op afstand van boerenerven, buurtschappen dan wel dorpen. De kans op het aantreffen van restanten van historische bouwwerken/bebouwing uit de Nieuwe tijd (bijvoorbeeld in de vorm van muurresten/fundering) binnen de begrenzing van het plangebied wordt daarom kleiner/minder waarschijnlijk geacht, vandaar de lage verwachting voor de periode Nieuwe tijd. Wel ligt het plangebied binnen het operatieterrein ‘Market Garden’. Gegevens op de Defence Overprint uit 1945 en militaire luchtfoto’s laten geen aanwijzingen zien van aangelegde militaire structuren binnen de begrenzing van het plangebied.

Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) bevestigd alleen de landschappelijke ligging van het plangebied op een stuwwal en het oorspronkelijke moedermateriaal betreft gestuwde afzettingen. Er is verder sprake van een geroerde/verstoorde bodemopbouw tot minimaal 65 en maximaal 135 cm -mv, gemiddeld tot 90 cm -mv. Bij géén van de gezette boringen is een intact/onverstoord restant van de oorspronkelijke bodemopbouw (holtpodzolbodem/bruine bosgrond) aangetroffen. Op grond van de verstoorde bodemopbouw wordt verwacht dat het archeologisch potentiële vondst- als sporenniveau merendeels/geheel is verstoord/vergraven.   Conclusie Geconcludeerd wordt dat er op basis van de resultaten van het booronderzoek geen aanwijzing zijn om nog intacte restanten van een archeologische vindplaats binnen het plangebied te verwachten. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij in zijn algemeenheid een middelhoge verwachting gold voor de perioden Laat Paleolithicum t/m Middeleeuwen en nog specifiek een hoge verwachting op rituele resten uit de perioden Neolithicum t/m IJzertijd, kan dan ook worden bijgesteld naar een lage verwachting. Voor de periode Nieuwe tijd was de verwachting laag en blijft laag.

Advies Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Voor het plangebied geldt dat de natuurlijke bodemopbouw verstoord is tot in de oorspronkelijke top van de C-horizont en dat het archeologisch potentiële vondst- als sporenniveau (vrijwel) geheel zijn verstoord/vergraven.

Dit advies is voorgelegd aan het bevoegd gezag in kwestie, Burgemeester en Wethouders van de gemeente Renkum, en door middel van een selectiebesluit als zodanig bekrachtigd (beoordeling archeologisch rapport door de heer S. Diependaal, Regioarcheoloog regio Arnhem e.o., d.d. 23 augustus 2024). Met bovenstaand advies is ingestemd.

Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Het is verder raadzaam om ook de gemeente Renkum op de hoogte te stellen.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/YTCVXP
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/YTCVXP
Provenance
Creator Broeke, E.M. ten
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Broeke, E.M. ten; Econsultancy
Publication Year 2024
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Broeke, E.M. ten (Econsultancy)
Representation
Resource Type Archeologisch prospectief onderzoek; Dataset
Format application/pdf
Size 24036299
Version 1.0
Discipline Humanities
Spatial Coverage Doetinchem