Volgens het bureauonderzoek door Econsultancy ligt de locatie waarschijnlijk op een met dekzand afgezet Maasterras. Op basis van deze landschappelijke ligging blijkt dat het plangebied vanaf het Laat-Paleolithicum gunstig is geweest voor jagers-verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. De archeologische resten worden bij dit landschapstype verwacht direct aan of onder de bouwvoor.De vondstenlaag wordt verwacht in de eerste 30 cm beneden de bouwvoor.Archeologische sporen (uitgezonderd diepe paalsporen en waterputten) worden binnen 50 cm beneden de bouwvoor verwacht. De ontgronding in de jaren '50 en de aanleg van het bedrijventerrein in de jaren '70 hebben het bodemprofiel in het plangebied vermoedelijk sterk verstoord. Omdat archeologische resten aan of dicht onder het maaiveld worden verwacht, is de kans groot dat als het bodemprofiel in meer of mindere mate is vergraven, mogelijk aanwezige archeologische resten in het verleden reeds verstoord zijn.Het verkennend inventariserend booronderzoek heeft aangetoond dat de locatie inderdaad sterk is verstoord, vermoedelijk door de eerder genoemde ontgronding.Het bodemprofiel is in het gehele plangebied tot in de C-horziont vergraven, tot een diepte van 80 tot 220 cm -mv. Het is uit het booronderzoek niet meer te achterhalen wat het oorspronkelijke bodemtype in het plangebied is geweest. Indien er in het plangebied archeologische resten aanwezig zijn geweest, zijn deze door de ontgrondingen vermoedelijk geheel vergraven. Op basis van de waargenomen bodemverstoringen kan daarom worden geconcludeerd dat de voorgenomen nieuwbouw geen bedreiging vormt voor het archeologisch erfgoed.
Issued: 5 mei 2009