Binnen de grenzen van het plangebied bevindt zich een behoudenswaardige terreinophoging en mogelijk burchtwallichaam. Aanbevolen wordt een non-destructief onderzoek in te (laten) stellen naar dit mogelijke wallichaam ten einde beheer- en inrichtingsmaatregelen te nemen ter fysieke bescherming in het geval dat vastgesteld wordt, dat sprake is van een 13e eeuwse burchtwal. Zolang fysieke beschermingsmaatregelen niet van kracht zijn, wordt aanbevolen de terreinophoging in situ te behouden en bodemingrepen die het mogelijke wallichaam verder aantasten zoveel mogelijk te vermijden. Waar dat niet mogelijk is, wordt aanbevolen het aan te tasten deel ex situ veilig te stellen door middel van een definitieve opgraving van het te verstoren gedeelte. Daarbij behoeft het begrip verstoring in dit geval enige nuancering. Het verlies aan waarde van het ophogings- of wallichaam door aantasting binnen het plangebied wordt mogelijk beperkt, doordat slechts een klein deel van het veronderstelde wallichaam binnen het plangebied ligt. Daarnaast is de bovenzijde van het aanwezige deel niet gaaf door aantastingen van beperkte omvang en diepte en is dit vermoedelijk niet de oorspronkelijke bovenzijde van een eventuele wal.Om die redenen wordt aanbevolen om het bouwen op palen binnen het plangebied onder bepaalde voorwaarden toe te staan, waarbij een hoge palendichtheid en hei- en gietpalen vermeden dienen te worden. Voor het uitgraven van bouwputten tot de geplande diepte van 3,49 m + N.A.P. ten oosten van de weg “Haven” wordt archeologische begeleiding onder protocol opgraven aanbevolen. Wanneer daarbij beerputten aangetroffen worden die onder het ontgravingsniveau door een paal geraakt worden, is het palenplan aan te passen of de beerput volledig op te graven.