Aanleg paden buitenplaats Hydepark in Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug; een archeologische begeleiding Aanleg paden buitenplaats Hydepark in Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug; een archeologische begeleiding

DOI

In opdracht van Copijn Tuin - en Landschapsbedrijf heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in maart 2016 een archeologische begeleiding uitgevoerd van de graafwerkzaamheden voor de aanleg van paden in het plangebied Buitenplaats Hydepark in Doorn in de gemeente Utrechtse Heuvelrug (figuur 1).De begeleiding van de aanleg van paden is uitgevoerd conform het Programma van Eisen (PvE) opgesteld ten behoeve van de begeleiding van de sloop- en nieuwbouw (Jordanov, 2014).Van 16 t/m 21 maart 2016 is de aanleg van de paden in het plangebied Hydepark uitgevoerd onder archeologische begeleiding (conform het PvE). Tijdens de archeologische begeleiding zijn op verschillende locaties resten van de oude paden aangetroffen. Direct onder de graszode waren plaatselijk trajecten met vrij slordig en los gelegde bakstenen aanwezig. Onder de baksteenlaag ligt een dunne laag grind waaronder de top van de zandige ophogingslaag zich bevindt.De top van de oude paden is aangetroffen op een hoogte variërend van 5,0 m +NAP in het zuiden tot 5,6 m +NAP in het noorden. De totale lengte van de gedocumenteerde verharding bedraagt circa 650 strekkende meters. De breedte van het pad, waar dat volledig zichtbaar was in de ontsluiting, bedraagt 1,5 tot 2,0 m. De ligging van de aangetroffen padresten komt min of meer overeen met de verwachte ligging daarvan op basis van de projectie van de ontwerptekening van Copijn. Waar de paden niet binnen de ontgraving ten behoeve van de nieuwe paden zijn aangetroffen, komt dat doordat er bewust gekozen is voor een net iets andere ligging ten opzichte van de historische werkelijkheid.Daar waar de aangetroffen oude verharding afwijkt van de ligging van de paden op de projectie van de ontwerptekening, ligt dat vermoedelijk wel aan het feit dat de paden oorspronkelijk ook niet helemaal volgens het ontwerpplan zijn aangelegd. Over het algemeen betref het kleine afwijkingen. De resultaten van de begeleiding van de aanleg van de paden wijzen er op dat de oude padverharding vrijwel overal compleet aanwezig is vlak onder het maaiveld. Uit eerder onderzoeken (Jordanov, 2015a, 2015b en Molthof, 2016) bleek ook dat andere sporen en structuren die samenhangen met het park intact zijn en vlak onder het maaiveld liggen. Daarom wordt aanbevolen om geen grondwerkzaamheden te verrichten binnen het terrein van de voormalige buitenplaats die dieper reiken dan 10 cm -Mv (de diepte waarop de meest ondiepe sporen van park-/en tuinaanleg zijn aangetroffen). Indien bodemingrepen uitgevoerd moeten worden, wordt aanbevolen deze onder archeologische begeleiding uit te voeren.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-zpv-fyja
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-zpv-fyja
Provenance
Creator M. Jordanov
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor R.C.B. Steenbak
Publication Year 2024
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact R.C.B. Steenbak (Provincie Noord-Brabant)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/zip; image/jpeg; application/pdf; text/xml; application/gml+xml; application/x-msaccess
Size 33588; 4793380; 4356468; 4288317; 4699089; 28104797; 6414; 1937; 1059; 2337; 1373; 1436; 29848; 5287; 2365; 1585; 12782; 1922; 1830; 1307; 1283; 2435; 985; 2443; 11049; 1728; 1704; 1215; 4584; 1551; 1858204; 2006; 1602; 241391; 1445; 4299; 1280; 2690607; 907; 2064; 2963; 980; 46785; 21093; 2035; 2309; 1809; 4260; 2856; 4589; 1773; 6206; 83092; 928996; 5337079; 5187077; 5233921; 5187340; 7450254; 5528982; 10433; 84562; 1596; 16740; 49114; 1558; 80986; 3510272; 5517099; 7461406; 4940125; 5468364; 5759480; 5412334; 5131328; 7575987; 7580987; 8049730; 4887348
Version 1.0
Discipline Humanities