Enschede De Braakweg 60 Booronderzoek

DOI

In opdracht van de gemeente Enschede heeft ADC ArcheoProjecten een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor het plangebied De Braakweg 60 in Enschede. In het plangebied zullen de bestaande opstallen worden gesloopt. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de aanvraag van een sloopvergunning en was noodzakelijk om te bepalen of bij de voorgenomen activiteiten de kans bestaat dat archeologische resten in de ondergrond worden aangetast.Uit het bureauonderzoek bleek dat voor dekzandwelvingen en "-vlakten een middelmatige verwachting voor archeologische resten uit alle perioden geldt. Er is een verhoogde kans op archeologische resten op welvingen en langs de randen van essen. Archeologische resten worden hier dicht onder het maaiveld verwacht en zijn daardoor kwetsbaar. Binnen het plangebied moest tevens rekening worden gehouden met mogelijke verstoringen door bebouwing en bewerking van de akker. Op de verwachtingskaart voor de gemeente was al aangegeven dat het terrein deels vergraven kon zijn.Teneinde deze verwachting te toetsen werd in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. In alle boringen lijkt het archeologische niveau verstoord te zijn. In boring 1 hebben we vermoedelijk te maken met een dubbele bodemvorming. Het is echter niet duidelijk wat de ouderdom van deze lagen is. Gezien het gebruik van het terrein zou deze bodem ook goed in de Nieuwe tijd gevormd kunnen zijn. Tevens is ook hier de overgang naar de C-horizont scherp, wat erop wijst dat de top niet meer intact is. Een vondstlaag is vermoedelijk nergens meer aanwezig.Eventueel zouden resten van diepere sporen, zoals waterputten, nog aanwezig kunnen zijn. Dit zullen dan echter wel sporen betreffen die niet compleet zijn én moeilijk in context te plaatsen zijn omdat eventuele hoger liggende sporen en vondsten niet bewaard zijn gebleven. Vervolgonderzoek is daarom weinig zinvol.ADC ArcheoProjecten adviseert om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij het bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 53 van de Monumentenwet.

Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-zye-j6c3
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-zye-j6c3
Provenance
Creator ADC ArcheoProjecten; Huisman, N.
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor R.H. Veer, van 't; ADC ArcheoProjecten
Publication Year 2011
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact R.H. Veer, van 't (Vrije Universiteit Amsterdam)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 6463; 6941; 967; 4500; 2353454
Version 1.0
Discipline Humanities