Laagland Archeologie heeft op 8 en 9 oktober een Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven uitgevoerd aan de Tempelstraat te Beuningen, gemeente Beuningen (GD). Op het terrein is eerder archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek heeft uitgewezen dat de bodem in delen van het bouwterrein nog intact is en dat archeologische resten zijn te verwachten.Op basis van dit onderzoek is door het bevoegd gezag besloten dat er een aanvullend onderzoek dient plaats te vinden in de vorm van een Inventariserend veldonderzoek ? proefsleuven.De doelstelling van het proefsleuvenonderzoek is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein dan wel de archeologische vindplaats. Hiertoe dient het in dit PvE opgenomen gespecificeerde verwachtingsmodel. Daarnaast dient van eventuele vindplaatsen de aard, omvang, datering, gaafheid, conservering en inhoudelijke kwaliteit te worden vastgesteld. Het onderzoek moet resulteren in een waardering van de vindplaats(en) conform KNA 4.2 specificatie VS06.Het onderzoek bestond uit een proefsleuvenonderzoek conform het KNA protocol 4003 IVO-P. In het noordoostelijke deel van het plangebied zijn in de top van de natuurlijke A-horizont sporen aangetroffen, bestaande uit kuilen, paalsporen en greppels. In de kuilen was dierlijk botmateriaal en gebruiksaardewerk aanwezig. Op basis hiervan zijn enkele kuilen als afvalkuilen geïnterpreteerd. In de paalsporen is geen structuur te onderscheiden. Een greppel met een noord-zuid oriëntatie is gedocumenteerd onder twee spoornummers. Aan de oostzijde van deze greppel zijn sporen aanwezig, aan de westzijde ontbreken deze sporen. De greppel is dan ook als erfgreppel geïnterpreteerd.Het aangetroffen vondstmateriaal bestaat hoofdzakelijk uit aardewerk uit de Middeleeuwen. Ook enkele fragmenten Romeins aardewerk zijn aangetroffen, maar deze bevinden zich in sporen of lagen waarin ook middeleeuws aardewerk aanwezig is. Het is dan ook waarschijnlijk dat het Romeinse aardewerk niet in primaire context ligt. Een groot deel van het aardewerkcomplex bestaat uit importaardewerk, waaronder Pingsdorf-achtig aardewerk. Paffrath en Zuid-Limburgs aardewerk. De samenstelling van het vondstcomplex komt sterk overeen met andere vondstcomplexen uit Beuningen.Het dierlijk botmateriaal bestaat uit rund en varken, waarbij zowel vleesdragende als niet vleesdragende delen aanwezig zijn. Dit zijn kenmerken van huisslacht die passen bij een agrarische nederzetting.De vindplaats kan worden begrensd in het noordoostelijke deel van het plangebied. De vindplaats is gewaardeerd aan de hand van de KNA-waarderingscriteria en is behoudenswaardig.De geplande nieuwbouw wordt naar verwachting gefundeerd op schroefpalen. De verstoringen die schroefpalen met zich meebrengt is relatief gering. Indien de onder kanten van de funderingsbalken worden geplaatst op maximaal 80 cm ten opzichte van het huidige maaiveld -mv, is in-situ behoud mogelijk. Indien in-situ behoud niet mogelijk is wordt geadviseerd om een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een archeologische opgraving binnen de advieszones. Of er ook een vervolgonderzoek ter plaatse van de geplande wadi aan de noordzijde is afhankelijk van de diepte daarvan. Indien die niet dieper wordt ontgraven dan 80 cm ten opzichte van het huidige maaiveld is dat niet nodig.Dit advies is niet overgenomen door het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag heeft besloten dat een bufferzone van 30 centimeter dient te worden gehanteerd ten opzichte van de cultuurlaag. Op basis van het definitieve inrichtingsontwerp zal de aard en omvang van het vervolgonderzoek door het bevoegd gezag worden vastgesteld.