Uit het booronderzoek is gebleken dat het archeologische niveau voor de periode ijzertijdmiddeleeuwen zich in de top van het veen en de bovenliggende kwelderafzettingen bevindt. De begrenzing van de wierde binnen het AMK-terrein is bepaald op basis van de waarnemingen in de boringen en het hoogtebeeld van het AHN4 van het oorspronkelijke maaiveld. De bovenzijde van de wierde ligt direct aan het voormalige maaiveld, dat recent is afgedekt door een 2,4 tot 3,6 m dik ophogingspakket. Het archeologische niveau is overwegend intact, maar de top ervan is vermoedelijk opgenomen in de voormalige bouwvoor. Ook is er klink opgetreden door de druk van het recente ophogingspakket. Op basis van het vondstmateriaal dat in het verleden en bij het huidige onderzoek is aangetroffen, dient ermee rekening te worden gehouden dat de wierde in zowel de ijzertijd -Romeinse tijd als in de middeleeuwen bewoond was. In het overige deel van het plangebied zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van wierden.Binnen het plangebied ligt de top van het dekzand tussen 3,31 en 4,86 m -NAP en daarmee beduidend lager dan bij de bekende steentijdvindplaats te Heveskesklooster, waar het dekzand al op 1,5 m -NAP ligt. In de top van het dekzand is geen bodemvorming waargenomen. Vanwege de relatief lage ligging van het dekzand is binnen het plangebied de verwachting voor resten uit de steentijd laag.