Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Súdhoeke 1 te Wommels, gemeente Súdwest-Fryslân (FR) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Súdhoeke 1 te Wommels, gemeente Súdwest-Fryslân (FR)

DOI

Laagland Archeologie heeft in april 2024 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Súdhoeke 1 te Wommels. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de uitbreiding van een bestaande schuur. De nieuwe schuur wordt grotendeels op de nu aanwezige funderingen gebouwd. Op een drietal locaties vindt uitbreiding van deze schuur plaats.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Het plangebied ligt in een vlakte van getijafzettingen. Bodemkundig is knipklei te verwachten. Waarschijnlijk gaat het om poldervaaggronden. Het plangebied grenst aan de voormalige terp Geins. Deze is rond het begin van de vorige eeuw afgegraven (commerciële terpafgraving). In de terpzool van een eveneens afgegraven terp in de nabijheid van het plangebied zijn resten uit de IJzertijd en (Vroege) Middeleeuwen aangetroffen. Waarschijnlijk was in ieder geval tegen het einde van de 14e eeuw sprake van bebouwing in/rondom het plangebied (Geins state). Tot 1695 was sprake van een adellijke state; daarna van een boerderij (Jongema). De state en boerderij lagen waarschijnlijk eveneens op de terp, of tegen een uitbreiding daarvan. Als zodanig is het niet waarschijnlijk dat ter hoogte van het boerenerf ook sprake is geweest van commerciële terpafgraving. Op het AHN liggen zowel de boerderij als de huidige schuur wat hoger. Dit kan betekenen dat delen van de terp hier nog bewaard zijn gebleven, maar het kan ook betekenen dat hier later nog is opgehoogd, bijvoorbeeld met de bouw van de huidige schuur van omstreeks 1978. Op de kaart van 1832 is in het plangebied nog sprake van een oude percelering, al is het niet te verwachten dat deze teruggaat tot de 14e eeuw.In het plangebied kunnen resten vanaf de Vroege IJzertijd tot en met de Nieuwe Tijd worden verwacht. Eventuele resten uit de periode IJzertijd ? Vroege Middeleeuwen hangen samen met de afgegraven terp Geins, die zich waarschijnlijk uitstrekte tot in het boerenerf waarin het plangebied ligt. Resten uit de IJzertijd zijn onder en in de onderste lagen van een eventueel terplichaam te verwachten. Resten uit de Vroege Middeleeuwen kunnen in alle terpophogingen worden verwacht. Dit geldt ook voor (diepere) grondsporen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Specifiek voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd zijn resten te verwachten die samenhangen met de adellijke state Geins en Jongema en de latere boerderij Jongema.Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.Op de uitbreidingslocaties zijn terp- of ophooglagen geconstateerd. Deze bevatten resten van onder andere (oud) baksteen, die mogelijk samenhangen met de historische bebouwing op/nabij deze locatie. Resten hiervan (funderingen etc.) kunnen nog in de ondergrond bewaard zijn gebleven. We adviseren daarom vervolgonderzoek in de vorm van een archeologische begeleiding. Hiertoe is een door het bevoegd gezag goed te keuren Programma van Eisen benodigd.Dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Súdwest-Fryslân. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, Y. Boonstra.Mochten tijdens de werkzaamheden buiten de archeologische begeleiding archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/U9SXXB
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/U9SXXB
Provenance
Creator Laagland Archeologie VOF
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Functioneel Applicatiebeheer GBO; Laagland Archeologie BV
Publication Year 2026
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Functioneel Applicatiebeheer GBO (BIJ12)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf; application/gml+xml; application/octet-stream; application/zip
Size 13224; 8347; 3454598; 7348; 196452; 3708939; 375920; 62081; 10034; 12441; 5033; 3882; 1621; 3883; 306615; 6558; 4009; 25023; 410808; 306289; 2909
Version 1.0
Discipline Humanities