SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Loparex een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd aan de Laan van Westenenk 45 te Apeldoorn in de gemeente Apeldoorn. In het plangebied wordt de bestaande be-bouwing uitgebreid. De uitbouw krijgt een oppervlakte van 1.865 m2 en zal tot een diepte van 80 cm beneden maaiveld reiken. Het archeologisch onderzoek wordt noodzakelijk geacht om te bepalen of er een gerede kans is dat archeologische waarden wel of niet aanwezig (kunnen) zijn in de onder-grond, die door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast/verloren kunnen gaan. Daarom is het binnen het kader van de Erfgoedwet (1 juli 2016) verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren.Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel De archeologische verwachting is voor de periodes Paleolithicum en Mesolithicum laag, voor de peri-odes Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen hoog en voor de Late-Middeleeuwen en Nieu-we tijd laag.Tot het midden van de 19e eeuw is het plangebied in gebruik geweest als heidegrond. Deze heide-grond is vermoedelijk afgeplagd ten behoeve van de plaggenbemesting, dat vanaf de Late-Middeleeuwen gebruikelijk werd. Het plangebied is daaropvolgend in gebruik geweest als grasland en later ingericht als bedrijfsterrein. Dwars door het plangebied heeft van oost naar west een onverharde weg gelegen. Deze ontwikkelingen hebben voor enige verstoringen in de bodemopbouw gezorgd.Uit het verkennend booronderzoek is gebleken dat het plangebied zich op een daluitspoelingswaaier bevindt. Het noordelijk deel van het plangebied bestaat uit enkel uit een C-horizont. Er is een tweede-ling zichtbaar in de C-horizont. De bodem betreft matig tot zeer grof, lichtgrijs zand. De top van de C-horizont bestaat uit vlekkerige laag matig grof tot zeer grof, grindhoudend, overwegend donkergrijs zand. Dit betreft een omgewerkt pakket daluitspoelingswaaierafzettingen.In het zuidelijk deel is een deels intact podzolprofiel aangetroffen. Het moedermateriaal bestaat uit matig fijn tot matig grof lichtgrijs zand. Daarbovenop ligt een bruin, humeuze inspoelingslaag waarin humus en ijzeroxiden zijn ingespoeld vanuit bovenliggende lagen (B-horizont). In twee boringen ligt bovenop de B-horizont een E-horizont waar humus en ijzeroxiden zijn uitgespoeld naar de onderlig-gende laag. De E-horizont wordt vervolgens afgedekt met een afgeplagde AE-horizont. Dit is een A-horizont waarbij een deel van de E-horizont in verwerkt is. Een dergelijke vermenging ontstaat vaak door bioturbatie of menselijk handelen.Gevolgde onderzoeksmethode Tijdens het veldwerk was er geen reden om van de onderzoeksmethodiek af te wijken zoals beschre-ven in het PvE. Er is één proefsleuf gegraven met een totale oppervlakte van 160 m2. De proefsleuf is 40 x 4 m, en beslaat circa 20 % van het onderzoeksgebied.Resultaten Proefsleuvenonderzoek In de proefsleuf zijn geen archeologische sporen aangetroffen. Aan de westzijde van de proefsleuf zijn drie profielkolommen gemaakt om de bodemopbouw in kaart te brengen. De aangetroffen bo-demprofielen komen in sterke mate overeen met de bodemopbouw, zoals aangetroffen bij het ver-kennend booronderzoek in februari 2019.De top van de C-horizont in profiel 1 betreft vermoedelijk een omgewerkt pakket daluitspoelingswaai-erafzettingen. Deze laag is hoogstwaarschijnlijk omgewerkt bij de bouw van de huidige fabriekshal. In nagenoeg elk profielopname is een deels intacte podzolprofiel aangetroffen. In deze laag worden over 8956.003 het algemeen archeologische vondsten aangetroffen. De vermenging van de A-horizont met de E-horizont is ontstaan door bioturbatie of menselijk handelen. In dit geval betreft het vermoedelijk het laatste, aangezien er recente spitsporen zijn aangetroffen in de betreffende horizont. De C-horizont is geïnterpreteerd als dekzand behorende tot de Formatie van Boxtel met een dek van het laagpakket van Wierden. Dit zijn afzettingen die onder fluvioperiglaciale omstandigheden zijn afgezet gedurende de laatste ijstijd.Selectieadvies Het ontbreken van archeologische waarden in de proefsleuven leidt tot de conclusie dat er geen sprake is van een behoudenswaardige vindplaats. De spitsporen die in de profielen zijn aangetroffen zijn van recente bodemactiviteiten. Het selectieadvies is daarom dan ook om geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling. Het definitieve besluit zal wor-den genomen door de bevoegde overheid, de gemeente Apeldoorn.Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onder-zoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Econsultancy wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, mochten tijdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, er conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 een meldingsplicht geldt bij het Ministerie van OCW (de Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed: ARCHIS-meldpunt, telefoon 033-4227682), de gemeente Apeldoorn of de provincie Gelderland.