Uit het bureau-onderzoek komt naar voren dat de onderzoekslocatie is gelegen op een pleistocene rivierduin. Op de onderzoekslocatie zijn bruine enkeerdgronden aanwezig. De onderzoekslocatie heeft op de gemeentelijke beleidsadvieskaart een hoge trefkans op archeologische sporen. Door de landschappelijke context kan deze trefkans betrekking hebben op vondsten uit de periode Laat-Paleolithicum - Nieuwe Tijd. Vondsten uit de omgeving tonen echter aan dat het landschap voornamelijk in gebruik is geweest vanaf het Neolithicum. Rondom de onderzoekslocatie ligt een groot aantal grafvelden uit de periode Neolithicum - Romeinse Tijd. Op de onderzoekslocatie zelf zijn geen vondsten bekend. Het deel van de onderzoekslocatie ten zuiden van de Valendrieseweg is in het verleden ontgrond tot een maximale diepte van 1,8 m -mv. Het deel ten noorden van de onderzoekslocatie is niet ontgrond.Wel is hier in verleden getracht leemlagen in de ondergrond te breken om de waterhuishouding van het perceel te verbeteren. Het verkennend booronderzoek heeft het afgraven van het perceel ten zuiden van de Valendrieseweg bevestigd. Het archeologische niveau direct onder het esdek is hier volledig afgegraven. Op het perceel ten noorden van de Valendrieseweg is in een van de drie boringen een aanwijzing gevonden voor vergraving van het archeologische niveau direct onder het esdek. In alle boringen was nog een grotendeels intacte holtpodzol B-horizont aanwezig.In het booronderzoek is niet eenduidig vast komen te staan dat het perceel ten noorden van de Valendrieseweg volledig is vergraven door bodemingrepen uit het verleden. Een vervolgonderzoek is nodig om dit vast te stellen.
Issued: 2009-04-28