Plangebied Dijkverbetering Hagestein - Opheusden. Locatie 14. Lekdijk West te Beusichem, gemeente Buren; archeologisch onderzoek: proefsleuvenonderzoek en opgraving Plangebied Dijkverbetering Hagestein - Opheusden. Locatie 14. Lekdijk West te Beusichem, gemeente Buren; archeologisch onderzoek: proefsleuvenonderzoek en opgraving

DOI

In opdracht van Combinatie Dijkverbetering HOP heeft RAAP in maart en april 2015 een proefsleuvenonderzoek en een archeologische opgraving uitgevoerd in verband met de voorgenomen ingrepen in het kader van de dijkverbetering aan de Lekdijk West te Beusichem in de gemeente Buren (figuur 1). Op grond van de resultaten van het vooronderzoek (Deunhouwer, e.a., 2012 en Coppens, 2009) werd geconcludeerd dat zich op deze locatie een archeologische vindplaats uit de Late Middeleeuwen bevindt. Aanbevolen werd een waarderend vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven uit te laten voeren. Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid (gemeente Buren) en vastgelegd in een Programma van Eisen (Vanderhoeven & Cohen Stuart, 2013). De opgraving werd aanbevolen naar aanleiding van de voorlopige resultaten van het proefsleuvenonderzoek. Op basis van de voorlopige resultaten van het profsleuvenonderzoek kon de vindplaats als behoudenswaardig worden aangemerkt. Conform het PvE (Vanderhoeven & Cohen Stuart, 2013) werd een formulier ‘Oplegger bij het bij het PvE ten behoeve van een doorstart naar een opgraving’ ingevuld en goedgekeurd door de bevoegde overheid (gemeente Buren; Van der Laan, 2015). Doel van de opgraving was het veiligstellen van de wetenschappelijke informatie van de behoudenswaardige archeologische vindplaats (behoud ex situ).Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn 5 sleuven aangelegd. In totaal is buitendijks 13 m² vlak aangelegd en binnendijks 338 m². Tijdens de opgraving zijn conform het oplegvel bij het PvE (Van der Laan, 2015) 5 putten aangelegd (put 29 t/m 33) met een gezamenlijke oppervlakte van ca.1.343 m² (figuur 3). In put 32 en 33 is tevens op enkele plaatsen een tweede vlak aangelegd (47 m² in totaal).Uit het onderzoek bleek dat de bodem op deze locatie bestaat uit een recente bouwvoor op een ophogings- of menglaag, die een cultuurlaag afdekt. Deze beide lagen zijn waarschijnlijk in de Late Middeleeuwen ontstaan en liggen op de schone oeverafzettingen. Op een dieper niveau is in de oeverafzettingen een natuurlijke laklaag aanwezig, waaronder zich komafzettingen bevinden. De sporen zijn ingegraven vanaf de top van de ophogings- of menglaag tot in de schone oeverafzettingen.De vindplaats aan de Lekdijk West heeft bewoningssporen opgeleverd uit de periode Volle Middeleeuwen (eind 11e – begin 13e eeuw). Enkele sporen kunnen in de Nieuwe tijd worden geplaatst (na 1650). Er zijn greppels en kuilen aangetroffen die een weerslag vormen van agrarische activiteiten in de nabije omgeving van een nederzetting. Resten van twee hooi- of graanmijten en diverse greppels die erven omgrensd hebben en mogelijk voor ontwatering hebben gezorgd, getuigen van deze agrarische activiteiten. Verschillende kuilen hebben een minder duidelijke functie maar in vrijwel alle sporen zijn resten van verkoolde dorsafval aangetroffen.Deze activiteit past ook prima in de hierboven geschetste context.Alle sporen - op drie grote greppels/sloten en enkele kleinere sporen uit de Nieuwe tijd na - stammen uit de periode 1050 -1250 (Volle Middeleeuwen). Op basis van typologie, bakseltype en andere kenmerken van het aardewerk in combinatie met de relatief scherpe datering van enkele metalen vondsten zijn drie gebruiksfases onderscheiden in de sporen uit de Volle Middeleeuwen.Enkele greppels stammen uit de oudste fase en lijken percelen te begrenzen met een noordoostzuidwestelijke oriëntatie (haaks op de rivier) en een breedte van ca. 40 m. Uit de vulling van deze greppels alsmede uit de vulling van enkele kuilen op het oostelijke perceel zijn vondsten geborgen die in de 11e en begin 12e eeuw kunnen worden gedateerd. Het gaat dan met name om baksels van het Paffrath-type met de kenmerkende schilferige breuk en enkele randscherven van Pingsdorfaardewerk met een ‘afgerond-vierkante’ rand die typisch is voor de 11e en vroege 12e eeuw. Het voorkomen van Elmpt aardewerk en Pingsdorf aardewerk met een driehoekige rand en de witbakkend Maaslandse (Andenne) aardewerk (1125 - 1175) is kenmerkend voor de sporen die in de tweede fase (12e eeuw) worden gedateerd. Het gaat hier om de meerderheid van de aangetroffen sporen, zoals de vele greppels in de oostelijke helft van de opgravingslocatie, de oostelijke kringgreppel (graanmijt) en vele (greppel)kuilen.De derde fase (eind 12e – begin 13e eeuw) wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van Elmpt aardewerk in combinatie met witbakkend Maaslandse (Andenne) potten met een manchetrand (kort voor of omstreeks 1200) of met loodglazuur (begin 13e eeuw). Ook de aanwezigheid van kogelpotten met een dekselgeul is kenmerkend voor de late 12e en vroege 13e eeuw.Omdat de datering en fasering op basis van stratigrafie, aardewerk en metaalvondsten een aardig gedetailleerd beeld opleverde, is afgezien van C14- en dendrochronologische dateringen.Door middel van (specialistisch) onderzoek naar de verzamelde vondsten en monsters is inzicht verkregen in de met name agrarische activiteiten die hier in de Volle Middeleeuwen hebben plaatsgevonden. De resultaten van dit onderzoek leveren een grote bijdragen aan de vermeerdering van kennis over de agrarische samenleving op de oever van de Lek in de periode Volle Middeleeuwen (eind 11e – begin 13e eeuw). Verschillende sporen en vondsten geven een goed beeld van de dagelijkse activiteiten ter plaatse zoals het opslaan van de oogst, dorsen en afval verbranden, malen, maar ook het slachten en melken van vee, knippen, karden, spinnen en verven van schapenwol, vissen, jagen e.d.Met deze opgraving is het onderzoek in het onderzoeksgebied en daarmee ook in het plangebied afgesloten. De resultaten wijzen erop dat in aangrenzende gebieden buiten het plangebied met behoudenswaardige resten rekening gehouden moet worden. Het gaat dan met name om sporen die samenhangen met bewoning uit de periode eind 11e – begin 13e eeuw. Het feit dat binnen het onderzoeksgebied sporen en vondsten zijn aangetroffen die in verband kunnen worden gebracht met een vrij intensief agrarisch gebruik van de locatie en met name hert aantreffen van structuren en vondsten die met oogstopslag, graan- en wolbewerking samenhangen, wijst erop dat in de directe omgeving sporen van bewoning (boerderij, schuren, andere opslagstructuren) verwacht kunnen worden. Daarom wordt aanbevolen archeologisch onderzoek uit te voeren indien ontwikkelingsplannen voor aangrenzende gebieden worden voorgenomen.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-xvz-42dn
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-xvz-42dn
Provenance
Creator M.S. Jordanov
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor R.C.B. Steenbak
Publication Year 2024
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact R.C.B. Steenbak (Provincie Noord-Brabant)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; image/jpeg; text/csv; application/gml+xml; text/xml; application/zip; application/octet-stream
Size 110492; 114739; 114199; 111809; 110447; 108275; 109581; 112041; 109099; 111439; 111013; 113104; 557224; 74493; 2289484; 2254326; 2456434; 2094927; 2245249; 2362271; 2320266; 2533841; 2311274; 2470751; 2306831; 2381372; 2359321; 2481822; 2449658; 2296411; 2188782; 2329008; 2201480; 2211066; 2412882; 2263667; 2314949; 2445082; 2295791; 2328988; 2135664; 1939167; 2455237; 2044368; 2339055; 1942606; 1870133; 1803111; 1837833; 2122825; 2037641; 1759076; 1981152; 1794439; 1693737; 1876154; 1925114; 1835605; 2393092; 2266942; 2154908; 2316566; 2125824; 2494530; 2391720; 2057112; 812247; 1415; 1653; 26492; 2522394; 2381177; 2172233; 2431738; 2316355; 2636257; 2570349; 2383486; 2515407; 2599893; 2468989; 2273461; 2446694; 2317457; 2512920; 2599076; 2449638; 1987401; 2291880; 2564466; 2797840; 2464806; 2535133; 2300951; 2654876; 2586567; 2500970; 2359477; 2440296; 2367799; 2361523; 2517382; 2514127; 2411268; 1937039; 2344946; 2234484; 2460508; 2490380; 2500979; 2516235; 2191745; 2291736; 2029769; 2488120; 2730153; 2101332; 2163059; 2851622; 1768226; 2237610; 2756265; 2277929; 2438271; 2445932; 2178826; 2537577; 2550243; 2685491; 2753062; 2403126; 2416164; 2287057; 2437995; 2192460; 2441145; 2592129; 2374704; 2099536; 2253415; 2406775; 2579935; 2275083; 2402679; 2395929; 2410635; 2343687; 2275810; 2220064; 2281898; 2370645; 2231858; 2373778; 2532557; 2740197; 2590874; 2246803; 2235292; 1929450; 2171673; 2337299; 2292561; 2575612; 2490117; 2569552; 2556322; 2556209; 2159329; 2347384; 2303442; 2354120; 2457383; 2345518; 2301523; 2576263; 2558398; 2312103; 2744438; 2432626; 2491320; 2356252; 2538834; 27955; 2305; 373528; 2837; 9935; 9557; 2974; 57089; 147908; 22170; 30403; 754182; 61538; 160721; 9821; 28770; 19135; 4375692; 569308; 64898; 10137; 14378; 9504; 3196; 441762; 4293; 229532; 3187; 16205; 3177; 201116; 166360; 114235; 1178597; 10827; 10239; 18772447; 209961; 7986; 3423; 25123; 133924; 193393; 472699
Version 1.0
Discipline Humanities