BAAC heeft voorafgaand aan een geplande uitbreiding van een school een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd in het circa 6500 m² grote plangebied Venetiëstraat te Eindhoven.
Uit het bureauonderzoek is gebleken dat in het plangebied zelf geen bekende archeologische waarden aanwezig zijn. In de omgeving van het plangebied is onder meer vuursteen opgegraven en is aardewerk uit de ijzertijd-Romeinse tijd en middeleeuwen gevonden.
Het plangebied ligt geomorfologisch gezien vermoedelijk tussen twee dekzandruggen op de flank van een voormalige watervoerende laagte. Als bodem kan zich vanwege het historische gebruik als bouwland een es- of plaggendek (hoge zwart enkeerdgrond) gevormd hebben. Vanwege dit historisch gebruik als bouwland is de kans groot dat de oorspronkelijke bovengrond is verploegd. Derhalve wordt een middelhoge verwachting toegekend voor vindplaatsen van jager-verzamelaars uit het laat-paleolithicum tot neolithicum. Vanwege het aantreffen van onder meer aardewerk in de omgeving van het plangebied geldt voor landbouwers uit het neolithicum tot en met de late middeleeuwen een hoge verwachting. In het plangebied zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van bebouwing in de periode vanaf de 19e eeuw. Mogelijk zijn sporen van een kampement van Engelsen en Hannoverianen uit 1748 aanwezig.
Uit het veldonderzoek blijkt dat de bodem in het oostelijke deel van het plangebied tot maximaal 1,05 m -mv is verstoord dat zich duidt door het voorkomen van vlekken en baksteenresten.
In het overige deel van het plangebied is een pakket van 20 à 50 cm zand opgebracht. Hieronder komt een maximaal 1 m dik plaggendek (Aa-horizont) voor, met daaronder vaak een lichter gekleurde humeuze laag. Dit betreft vermoedelijk een oudere fase van het plaggendek of (Ah(b))-horizont ofwel een cultuurlaag. Deze cultuurlaag is 15 tot 25 cm dik. De basis ligt tussen 0,7 en 1,35 m -mv. De ondergrond (C-horizont) bestaat uit fluvioperiglaciale afzettingen, waarin enkele tot veel roestvlekken in voorkomen.
Het plangebied zal geschikt zijn geweest voor bewoning. Mede gezien de resten die in de omgeving van het plangebied zijn aangetroffen, is het aannemelijk dat binnen het plangebied ook bewoningsporen of offsite resten voorkomen. Door het eeuwenlange gebruik als bouwland en deels door de huidige inrichting van het plangebied is het originele bodemprofiel weliswaar deels afgetopt, maar er zijn geen aanwijzingen voor diepe bodemverstoringen. De vooraf opgestelde archeologische verwachting (middelhoog voor laat-paleolithicum- neolithicum, hoog voor bronstijd- late middeleeuwen en middelhoog voor het kamp voor Engelsen en Hannoverianen uit de 18e eeuw) blijft op basis van de resultaten van het veldonderzoek onveranderd.
Gezien de kans op het aantreffen van archeologische waarden adviseert BAAC een vervolgonderzoek door middel van een proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren.
Adobe Arcobat, 9.0