In opdracht van Maastricht Aachen Airport heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in november 2006 een inventariserend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven uitgevoerd in verband met een nieuw industrieterrein in de gemeente Beek. Het primaire doel van dit onderzoek was het toetsen en aanvullen van de gespecifi- ceerde archeologische verwachting voor het onderzochte gebied, waarbij het in eerste instantie ging om het (al dan niet) vaststellen van de aanwezigheid van archeologische grondsporen. Voorts diende het onderzoek zich te richten op de kwaliteit (gaafheid en conservering), aard, datering, omvang en diepteligging van eventueel aanwezige archeologische grondsporen en resten. Het onderzoek is het vervolg op eerder inventariserend archeologisch onderzoek in de vorm van een bureau- en inventariserend karterend veldonderzoek uitgevoerd in 2003 (Robberechts, 2003) en een inventariserend waarderend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven (1e fase) in 2005 (Van Dijk, 2006). Het onderzoek is het vervolg op eerder inventariserend archeologisch onderzoek in de vorm van een bureau- en inventariserend karterend veldonderzoek in 2003 (Robberechts, 2003) en een waarderend inventariserend veldonderzoek met proefsleuven, 1e fase, in 2005 (Van Dijk, 2006). Tijdens het onderzoek van Robberechts werden zeven vindplaatsen (vindplaats 1 - 7) vastgesteld, waarvan er twee (vindplaatsen 5 en 6) binnen een bestaand monument (monumentnummer 8467) lagen. De overige vindplaatsen werden in 2005 tijdens een eerste proefsleuvenonderzoek (1e fase) onderzocht. Hierbij bleek voor vind- plaats 1 geen betredingstoestemming te bestaan; deze vindplaats blijft tot op heden niet gewaardeerd. Tijdens het onderzoek bleken twee behoudenswaardige vindplaatsen, nederzettingen uit de IJzertijd, aanwezig: vindplaats 2 en vindplaatsen 3 en 4, die samen een grotere vindplaats vormen. Het terrein waarop vindplaat- sen 3 en 4 liggen, is daarop tot monument verklaard (AMK-terrein 15930). Tijdens onderhavig, tweede proefsleuvenonderzoek (2e fase) werden de monu- menten 8467 en 15930 onderzocht. Hierbij zijn 40 proefsleuven met een lengte van 25 m en een breedte van 4 m aangelegd, zodat in totaal een oppervlakte van 4000 m2 is onderzocht. In de proefsleuven van fase 2 zijn nederzettingsresten uit de IJzertijd gevonden, bestaande uit grondsporen en vondstmateriaal. Bij de grondsporen gaat het om 12 kuilen, 39 paalsporen, zes greppels, 19 colluviumlagen/-geulen en één depositie of graf met crematieresten. Het vondstmateriaal bestaat naast de crematieresten uit 56 fragmenten aardewerk, 16 fragmenten huttenleem, 14 stukken natuursteen, 7 vuurstenen artefacten, 2 metaalfragmenten en 1 glasscherf. De vindplaats binnen monument 8467 grenst aan de vindplaats binnen monument 15390. Tezamen kan eigenlijk van één grote vindplaats uit de IJzertijd gesproken worden, alhoewel twee kernen met een hogere concentratie aan grondsporen her- kend kunnen worden. Deze grote vindplaats is op zowel fysische als