Een archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO), 2e fase, door middel van boringen, op het plangebied 5C te Almere-Hout, gemeente Almere (Fl.)

DOI

Op basis van het uitgevoerde karterend booronderzoek is de topografie van het pleistocene landoppervlak en de staat van de daarin aanwezige bodem vastgesteld. De mate van intactheid van de bodem lijkt geen verband te houden met de topografie van de het pleistocene oppervlak. Met andere woorden: intacte bodems zijn te vinden in zowel laaggelegen delen van de pleistocene topografie, als de hooggelegen delen. Het booronderzoek heeft verder uitgewezen dat de erosie van de podzolbodem niet het gevolg is geweest van mariene activiteit, maar moet hebben plaatsgevonden voordat het op het zand gelegen veen is gevormd, bijvoorbeeld door insnijding door de rivier de Eem.De veenvorming in het gebied is, op basis van de zeespiegelcurve, begonnen vanaf 6500 jaar voor heden. In deze periode moet er sprake zijn geweest van een relatief reli¨efrijk landschap, waarin door de stijgende grondwaterspiegel veengroei kon plaatsvinden in de depressies. De hogere en drogere gebieden zouden gebruikt kunnen zijn door jagers en vissers die daar hun kampement konden opslaan, om van daar uit in het omringende natte gebied te jagen.Het monstermateriaal heeft echter onvoldoende bewijs opgeleverd om de aanwezigheid van sporen van bewoning aannemelijk te maken. In veel boringen is houtskool aangetroffen en een kwart van de boringen bevat ook houtskool grover dan 5 mm, wat zou kunnen duiden op een antropogene oorsprong. Dit houtskool is echter niet gekoppeld aan het voorkomen van intacte podzolbodems en zou ook uit het veen afkomstig kunnen zijn. In drie boringen zijn visresten aangetroffen, maar deze resten kunnen eveneens uit het veen afkomstig zijn. Er zijn geen ‘harde’ indicatoren aangetroffen zoals bewerkt vuursteen, zodat geconcludeerd moet worden dat er op deze locatie waarschijnlijk in de periode voorafgaand aan de veengroei geen menselijke activiteiten hebben plaatsgevonden in een dergelijke mate of van een dergelijke intensiteit dat het is terug te vinden door middel van een booronderzoek.Omdat er tijdens deze tweede fase van het inventariserend veldonderzoek op plangebied 5C geen bewijzen zijn gevonden die duiden op bewoning voorafgaand aan de veengroei in het gebied, wordt geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te voeren.

Date: 2004

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-Z8X-77BV
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-Z8X-77BV
Provenance
Creator Wullink, A.J.
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor b.u.l.k. archeologie, import; ARC b.v.
Publication Year 2010
Rights CC0-1.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/publicdomain/zero/1.0
OpenAccess true
Contact b.u.l.k. archeologie, import (DANS)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml
Size 1107021; 6113; 6739; 824; 4929
Version 1.0
Discipline Humanities