Bergweg-Zuid 181 te Bergschenhoek, gemeente Lansingerland (project A16 Rotterdam): ADC ArcheoProjecten heeft in oktober 2017 een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) uitgevoerd op de locatie Bergweg-Zuid 181 te Bergschenhoek, gemeente Lansingerland. Het betreft onderzoek in het kader van de verlenging van de A16 waarbij ter hoogte van de onderzochte locatie een tunnel zal worden gerealiseerd. Hierbij zullen eventueel aanwezige archeologische resten worden vernietigd. Vooronderzoek heeft uitgewezen dat zich in dit deel van het plangebied resten van een voorganger van de huidige (recent gesloopte) boerderij kunnen bevinden. Eventueel aanwezige resten dateren vanaf de 17e eeuw.Tijdens het proefsleuvenonderzoek bleken inderdaad oudere boerderijresten aanwezig te zijn en op basis hiervan adviseerde ADC ArcheoProjecten archeologisch vervolgonderzoek uit te laten voeren in de vorm van een Opgraving. De bevoegde overheid heeft dit advies overgenomen.De opgraving is uitgevoerd in november 2017. Tijdens dit onderzoek zijn twee duidelijk van elkaar te onderscheiden boerderijfasen onderzocht. Ze worden van elkaar gescheiden door een ophogingslaag. De oudste fase bestaat uit een woonhuis met stal waarin mestgoten parallel aan het woonhuis liggen (de bouwfasen 1 en 2). De kelder, mogelijk een melkkelder, ligt in het voorste gedeelte van het huis. De brede deel in de stal wijst waarschijnlijk op een gemengd bedrijf: veeteelt en akkerbouw. Deze fase is te dateren vanaf ongeveer het midden van de 17e eeuw.De jongste fase (bouwfasen 3 en 4) heeft uit een woonhuis op vrijwel dezelfde plek als in de fase er voor. De kelder is naar achteren verplaatst. Opvallend is dat de stal nu in het verlengde van het woonhuis ligt en dat de mestgoten een kwart slag gedraaid zijn. Tussen de stal en het woonhuis was een tussenruimte die vooral als werkruimte zal zijn gebruikt, onder andere voor het karnen. De smalle deel in de stal, vermoedelijk niet meer dan een voergang, wijst nu op een eenzijdige bedrijfsvoering: veeteelt (en afgeleiden daarvan: de productie van boter en kaas). Deze jongste fase wordt gedateerd vanaf het laatste kwart van de 18e eeuw en is vermoedelijk te koppelen aan de landschappelijke veranderingen in de regio en het menselijk ingrijpen daarin.Tijdens het proefsleuvenonderzoek is een deel van een ouder bijgebouw aangetroffen. Deze was zwaar verstoord in later tijd en doorsneden door een betonplaat. Zowel het bepalen van de datering ervan als de functie bleek niet mogelijk.Vondstmateriaal zoals aardewerkscherven, pijpaardewerk, glas en fragmenten wandtegels, is te dateren in de 17e en 18e eeuw.Rottekade 242-244 te Bergschenhoek: ADC ArcheoProjecten heeft in november 2017 een proefsleuvenonderzoek (IVO-p) uitgevoerd op de locatie Rottekade 242-244 te Bergschenhoek, gemeente Lansingerland. Het betreft onderzoek in het kader van de verlenging van de A16 waarbij ter hoogte van de onderzochte locatie een tunnel zal worden gerealiseerd. Hierbij zullen eventueel aanwezige archeologische resten worden vernietigd. Vooronderzoek heeft uitgewezen dat zich in dit deel van het plangebied resten van een molen en molenaarswoning konden bevinden. Op deze locatie zou al vanaf het midden van de 16e eeuw een molen hebben gestaan.Kort na de sloop van de woning die is gebouwd in 1915 ter hoogte van de molen is op advies van ADC ArcheoProjecten ter plekke bouwhistorisch onderzoek verricht. De directe aanleiding vormde de aanwezigheid van een gemetselde boog in de gesloopte kelder. Dit onderzoek is uitgevoerd door Veerman Bouwhistorie. Hierbij zijn (in)directe aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van resten van de molen op een dieper niveau.In put 10, gelegen ter hoogte van de verwachte molenresten zijn behalve funderingen van het woonhuis uit 1915 ook funderingen en opgaand werk van de molen gedocumenteerd. De aanname dat het dubbele woonhuis in 1915 op de molenfundering is gebouwd, kan daarmee worden bevestigd. Dit verklaart tegelijkertijd de afwijkende oriëntatie van het woonhuis op de weg.Het woonhuis is in 1915 precies op de oude molenfunderingen gebouwd. Dit betekent dat de gegeorefereerde kadastrale minuut uit 1832 zoals weergegeven in het Programma van Eisen niet goed ligt, maar verschoven moet worden in noordoostelijke richting.De molenfundering zelf is nog zeer goed behouden in de ondergrond. Een deel van opgaand muurwerk is zelfs nog aanwezig.Anders ligt het ter hoogte van put 11. Daar zijn alleen resten van 20e-eeuwse fabrieken gevonden.Oudere sporen ontbreken hier.Een derde in het PvE voorgeschreven put die ter hoogte van de molenaarswoning zou liggen, kon niet worden gegraven omdat deze onder de nog aanwezige betonplaat zou moeten liggen. Om redenen weergegeven in het voorliggende rapport adviseert ADC ArcheoProjecten deze sleuf niet alsnog aan te leggen.Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek adviseert ADC ArcheoProjecten archeologisch vervolgonderzoek uit te laten voeren op de locatie van de Breggemolen in de vorm van een Opgraving (KNA protocol 4004). De opgraving zou moeten bestaan uit het verder blootleggen van de funderingen van de molen en molengang. Tijdens het onderzoek zijn nog enkele vragen blijven staan en opgekomen. Deze zijn verwoord in dit rapport.ADC ArcheoProjecten adviseert af te zien van het alsnog aanleggen van de oorspronkelijk geplande derde sleuf ter hoogte van de molenaarswoning. Tevens wordt geadviseerd in dit deel van het onderzoeksgebied geen archeologisch vervolgonderzoek uit te laten voeren en dit deel vrij te geven voor verdere planvorming.