Het voornemen is om de Industrieweg te Sluis opnieuw in te richten. Tijdens deze reconstructie wordt de openbare ruimte opnieuw ingericht en het bestaande gemengde rioolstelsel vervangen door een nieuw rioolstelsel. Tevens wordt een nieuwe verbinding gemaakt met de bestaande watergang. Het plangebied omvat de openbare weg die kadastraal bekend staat onder Gemeente Sluis, Sectie P, Perceel 446 (gedeeltelijk) en beslaat een oppervlakte van circa 2.300 m2. De lengte van het daarbinnen te realiseren rioolsleuf bedraagt circa 380 m. Ten behoeve van de geplande werkzaamheden dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd.Het plangebied is binnen bestemmingsplan Bedrijventerreinen Sluis (2016) gesitueerd in een zone met subbestemming Bedrijventerrein. Mogelijke archeologische waarden worden planologisch beschermd in het Parapluplan Archeologie Sluis (2019) door een dubbelbestemming waarde archeologie 3a. Binnen dit gebied geldt een verbod op het uitvoeren van (graaf)werkzaamheden die groter zijn dan 1.000 m2 én dieper reiken dan 0,40 m -mv. Dergelijke werkzaamheden zijn wel vergunbaar mits een archeologisch onderzoeksrapport wordt voorgelegd waarin wordt aangetoond dat geen archeologische waarden aanwezig zijn, dat deze niet behoudenswaardig zijn of dat deze door de voorgenomen werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. Met de geplande herinrichting van het gebied worden de vrijstellingsgrenzen overschreden. In het kader van de aanvraag tot omgevingsvergunning dient een Archeologisch Bureauonderzoek en een Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen te worden voorgelegd. Dit onderzoek is uitgevoerd door Artefact! In januarie en februari 2020 en verwerkt in voorliggend rapport.Op basis van de beschikbare aardwetenschappelijke, archeologische en historische gegevens is in het bureauonderzoek een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. In het verwachtingsmodel is slechts één geologisch niveau vastgesteld waaraan een archeologische verwachting kan gekoppeld worden. Dit betreft het Laagpakket van Walcheren. Oude afzettingen zijn binnen het plangebied namelijk weg geërodeerd waardoor geen verwachting geldt voor de prehistorie tot late middeleeuwen (begin 14e eeuw).Tijdens het verkennende veldonderzoek is het opgestelde verwachtingsmodel door middel van 10 boringen getoetst. Deze toetsing heeft uitgewezen dat de ondergrond in het plangebied uit diep reikende schorafzettingen op geulafzettingen van het Laagpakket van Walcheren (Formatie van Naaldwijk) bestaat. De betreffende afzettingen zijn tijdens het booronderzoek in boringen nr. 1 tot en met 9 aangetroffen op een diepte van minimaal 0,55 m -mv en 1,01 m +NAP en maximaal 0,95 m -mv en 0,53 m +NAP. Hierboven is in elk van deze negen boringen een verstoord en/of aangebracht pakket aanwezig dat deel uitmaakt van het bestaande wegcunet. In boring nr. 10, gelegen buiten het bestaande wegcunet, is de bodem in het verleden ontgraven tot een diepte van 0,86 m +NAP en dagzomen de afgetopte afzettingen van het Laagpakket van Walcheren. Er werden geen niveaus of resten aangetroffen die aanleiding geven tot het bijstellen van de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek.Op basis van het voorliggend onderzoek geldt er dan ook binnen het plangebied een lage verwachting voor resten uit de late middeleeuwen (vanaf de 14e eeuw) en nieuwe tijd.