Op basis van het vooronderzoek is een hoge verwachting op resten uit diverse perioden afgegeven voor delen van het plangebied. De KLIC-analyse uit de Quickscan heeft aangetoond dat grote delen van het tracé reeds te verstoord waren door bestaande ondergrondse infrastructuur. Op basis van de Quickscan is geadviseerd om deze delen van het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen bodemingrepen.
In het resterende deel van het plangebied is op basis van de KLICanalyse vastgesteld dat er mogelijk sprake is zijn van een plaatselijk intacte bodem. Op deze locaties zijn 15 verkennende boringen gezet. Tijdens het verkennende booronderzoek is geconcludeerd dat in een aanzienlijk deel van het resterende plangebied de bodem verstoord is tot in het dekzand of leem. In twee verkennende boringen is een restant van een podzolbodem herkend. Restanten van een podzolbodem duiden op een locatie die langere tijd drooggelegen is geweest en geschikt was voor bewoning.
Vanwege de geringe omvang van de zones met een intacte bodem en de kleine kans dat hierin resten worden aangetroffen die een inhoudelijke meerwaarde opleveren wordt geadviseerd wordt om ook deze delen van het plangebied de verwachting bij te stellen naar laag. Deze delen van het plangebied kunnen worden vrijgegeven voor de voorgenomen bodemingrepen.
Ook in een vrijgegeven plangebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2024 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Over de bevindingen en aanbevelingen uit dit onderzoek dient contact opgenomen te worden met de bevoegde overheid, in dit geval Het Oversticht, namens de gemeente Hellendoorn.
Reactie bevoegde overheid: 12 -06-2026 – E. Kaptijn (regioarcheoloog). Archeologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen plannen, het plangebied wordt vrijgegeven .