De aanleiding voor het onderzoek vormen plannen voor natuurontwikkeling op een drietal percelen nabij Ellersinghuizen. Het hier uitgevoerde oriënterende booronderzoek heeft tot doel de bodemopbouw en archeologisch potentieel van de drie velden in grote lijnen inzichtelijk te maken.
Dit onderzoek heeft tot doel om snel met beperkte financiële middelen inzage te krijgen in de bodemopbouw en de mate waarin deze nog intact is. Het onderzoek heeft niet tot doel de archeologische potentie van de onderzoeksgebieden vast te stellen. Qua opzet en benodigde aantallen boringen voldoet dit rapport niet aan normen en richtlijnen die aan archeologisch of andersoortig bodemonderzoek worden gesteld. De individuele boringen voldoen wel aan de richtlijnen en eisen die aan verkennend archeologisch booronderzoek (inventariserend veldonderzoek – verkennende fase) worden gesteld. Als zodanig kunnen de boorbeschrijvingen/ boorstaten een op een worden meegenomen in een eventueel later uit te voeren archeologisch verkennend booronderzoek.
De dekzandtop ligt wat hoger in het westelijke deelgebied 1. Dit komt overeen met het beeld op het AHN. In deelgebied 1 zijn in een tweetal boringen intacte B-horizonten aangetroffen, wat erop wijst dat de oorspronkelijke dekzandtop op tenminste twee locaties nog redelijk intact is. In deelgebieden 2 en 3 is slechts in één boring een intacte B-horizont gezien; in deelgebied 3 ligt het dekzand met een B-horizont wat hoger. In deelgebied 2 lijkt sprake van een flauwe helling.