Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (18250.001) Crailoseweg 122 te Huizen

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied en hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m Middeleeuwen. Deze verwachting is vooral gebaseerd op de ligging van het plangebied binnen een van oost naar west aflopende flank (gradiëntzone) van een stuwwal. Daarmee had het plangebied een gunstige ligging als (tijdelijke) nederzettingslocatie voor zowel Jagers-Verzamelaars (Laat-Paleolithicum t/m Vroeg-Neolithicum) als voor Landbouwers (vanaf het Laat-Neolithicum). Binnen het onderzoeksgebied zijn ook al sporen en resten van menselijke activiteit waargenomen, vooral uit de perioden Neolithicum en de Bronstijd (waaronder aangetroffen fragmenten Drakenstein- en Hilversum-aardewerk). Alleen voor de periode Nieuwe tijd is de verwachting laag. Geraadpleegd historisch kaartmateriaal geeft geen aanleiding dat er binnen het plangebied een historisch erf heeft gelegen/het plangebied deel heeft uitgemaakt van een historisch erf. De laatste 200 jaar heeft voornamelijk deel uitgemaakt van een perceel (productie)bos. De bestaande villa en inrichting van de direct omliggende terreindelen voornamelijk als tijd, dateert vanaf de jaren ’70 van de 20e eeuw.

Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) bevestigd de aanwezigheid van gestuwde afzettingen/de ligging binnen het stuwwallengebied. Het van nature gevormde bodemprofiel betreft een holtpodzolbodem/bruine bosgrond. Deze is nog merendeels intact aanwezig binnen een groot deel van het plangebied, ook ter plaatse van de tuingedeelten rondom de bestaande bebouwing. Verstoringen beperken zich tot minimaal 20 en maximaal 55 cm -mv, gemiddeld tot 40 cm -mv, veelal tot bewerkte/geroerde minerale bovenlaag (Ahp-horizont) en maximaal een deel van de oorspronkelijke verbruinings-/verwerings-Bws-horizont. Het archeologisch niveau is nog merendeels intact aanwezig (archeologisch potentiële vondstniveau zal deels zijn aangetast, potentiële sporenniveau is nog intact aanwezig).

Alleen in het meest oostelijke deel van het plangebied hebben diepere bodemverstorende ingrepen plaatsgevonden, tot circa 90 cm -mv. De onverstoorde bodem betreft hier direct de C-horizont. De verwachting is dat hier het archeologisch niveau al merendeels, zo niet geheel zal zijn aangetast (archeologisch potentiële vondstniveau zal volledig zijn aangetast, potentiële sporenniveau kan nog deels intact aanwezig zijn (zal vooral gelden voor dieper doorlopende sporen)).

Conclusie Geconcludeerd wordt dat het merendeel van het plangebied, en daarbij de terreindelen waar graafwerkzaamheden zijn gepland voor de nieuwbouw, vanwege de merendeels intacte oorspronkelijke bodemopbouw, zijn hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m Middeleeuwen behoudt. Alleen voor het meest oostelijke deel van het plangebied, waar diepgaande bodemverstoringen zijn waargenomen en restanten van de oorspronkelijke bodemopbouw niet zijn waargenomen, kan deze hoge verwachting bijgesteld worden naar een middelhoge dan wel een lage verwachting.

Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om binnen het plangebied een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Door de geplande ingreep (afgraven tot op het “gele” zand (top van de 1C-horizont)) zal hier het archeologisch potentiële vondst- als sporenniveau worden verstoord. De verwachting op het voorkomen van archeologische waarden is hoog, waarbij vrijwel direct ten noordwesten van het plangebied, binnen een AMK-terrein van archeologische waarde, reeds talrijke vondsten zijn gedaan uit het Laat-Neolithicum en de Bronstijd en daarmee duiden op mogelijk sporen van bewoning en wellicht ook van begravingen. De nieuwbouw zal voornamelijk gaan plaatsvinden in het centrale deel van het plangebied (zie bijlage 4), binnen een oppervlakte van circa 1.800 m² (zie figuur 16). Het advies is daarom om het vervolgonderzoek te richten binnen dit centrale deel van het plangebied en te laten uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Voor het proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld, waarin beschreven staat op welke wijze het onderzoek uitgevoerd dient te worden. Dit PvE dient te worden beoordeeld door het bevoegd gezag (gemeente Huizen).

Mochten de aan te leggen proefsleuven in het centrale deel van het plangebied archeologische waarden opleveren, dan dient bepaald te worden of en zo ja, waar binnen het overige deel van het plangebied aanvullende proefsleuven dienen te worden aangelegd. Wanneer de proefsleuven in het centrale deel van het plangebied geen archeologische waarden opleveren, dan is het advies om binnen het overige deel van het plangebied verder geen gravend onderzoek te laten uitvoeren/vrij te geven ten aanzien van het omgevingsaspect archeologie.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/ANPANI
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/ANPANI
Provenance
Creator Broeke, E.M. ten
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Broeke, E.M. ten; Econsultancy
Publication Year 2022
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Broeke, E.M. ten (Econsultancy)
Representation
Resource Type Archeologisch prospectief onderzoek; Dataset
Format application/pdf
Size 11428919
Version 1.0
Discipline Humanities
Spatial Coverage Doetinchem