Binnen het plangebied worden twee appartementencomplexen gebouwd en parkeerplaatsen gerealiseerd. Naar aanleiding daarvan is een bureauonderzoek uitgevoerd gecombineerd met een verkennend en karterend booronderzoek.In de diepere ondergrond zijn oever- op beddingafzettingen aangetroffen van de Oude Rijn. Vermoedelijk horen deze afzettingen bij de actieve fase van de rivier in het Laat-Neolithicum – Bronstijd. In de top van de oeverafzettingen die zich gemiddeld op een diepte van 2,0 – 2,5 m beneden maaiveld bevindt, zijn geen archeologische indicatoren gevonden die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats.Na deze periode is het plangebied onderdeel geworden van een overstromingsgebied waarbij sterk siltige komklei is afgezet dat plaatselijk humeus is ontwikkeld met plantenresten. Deze komklei zou op basis van de landschappelijke ontwikkeling (zie paragraaf 1.2) gekoppeld kunnen worden aan de periode Late-IJzertijd – Romeinse tijd (300 v. Chr. – 600 n. Chr.). Deze komklei is afgedekt met een dunne zand tot zandige kleilaag die vermoedelijk is afgezet in de Middeleeuwen (800 – 1200 n. Chr.). In de top van de komklei en in het bovenliggende zandige pakket zijn geen cultuurlagen/antropogene lagen aangetroffen of indicatoren gevonden die wijzen op de aanwezigheid van een vindplaats. De hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de IJzertijd en Romeinse tijd wordt op basis van deze resultaten naar laag bijgesteld.Op basis van deze resultaten is geen vervolgonderzoek geadviseerd.