Archeologisch booronderzoek ten behoeve van zandwinning aan de Beetserwijk te Sellingerbeetse, gemeente Vlagtwedde (GR)

DOI

Aanleiding tot het hier beschreven archeologische verkennend inventariserend booronderzoek is de ontgrondingsvergunning t.b.v. de voorgenomen uitbreiding van een zandwinplas aan de Beetserwijk te Sellingerbeetse, gemeente Vlagtwedde. Hierbij zullen bodemverstoringen plaatsvinden waarbij mogelijk aanwezige archeologische resten verloren gaan. Conform de Wet op de Archeologische Monumentenzorg dient eerst in kaart gebracht te worden wat de trefkans op archeologische waarden in het gebied is. Royal HaskoningDHV heeft MUG Ingenieursbureau, afdeling Archeologie, opdracht gegeven het booronderzoek uit te voeren. Het booronderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 3.3. Voorafgaand aan het booronderzoek heeft een bureauonderzoek plaatsgevonden. Op basis van dit bureauonderzoek heeft het bevoegd gezag, provincie Groningen (de heer H.A. Groenendijk, provinciaal archeoloog), besloten dat een archeologisch booronderzoek voor de locatie dient te worden uitgevoerd.Uit het booronderzoek komt naar voren dat de bodemopbouw in het onderzoeksgebied bestaat uit dekzand, soms met podzol B- en/of C-horizont, soms afgedekt door een restant (teruggeworpen) veen, en een verstoorde toplaag van zand (humeuze bouwvoor en omgewerkt gevlekt pakket). De top van het dekzand bevindt zich veelal op 0,25 tot 0,4 m-mv. In het zuiden van het onderzoeksgebied komt slechts in één boring (boring 3) een podzol B-horizont voor. In de meeste boringen in deze zone is sprake van een podzol BC-horizont. In het centrale deel van het onderzoeksgebied komen podzol B-horizonten voor en is in drie boringen sprake van een dun restant (teruggeworpen) veen. In het noordelijke deel van het onderzoeksgebied zijn geen podzolprofielen aanwezig. Omdat in het centrale deel van het onderzoeksgebied veen werd verwacht en in het noorden en het zuiden podzolprofielen, en omdat deze beide ontbreken, lijkt de bodem in het onderzoeksgebied sterk te zijn afgetopt. Ook de geringe dikte van de B-horizonten (veelal 0,05 tot 0,15 m) duidt hierop. Tijdens het onderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.Op basis van bovenstaande onderzoeksresultaten wordt aanbevolen geen vervolgonderzoek uit te voeren en het onderzoeksgebied vrij te geven voor de geplande ingrepen.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-zx6-yvy9
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-zx6-yvy9
Provenance
Creator T.N. Krol- Karsten
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor M. Rem; M. Brander (MUG Ingenieursbureau BV); MUG Ingenieursbureau BV
Publication Year 2017
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact M. Rem (MUG Ingenieursbureau)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml
Size 1195683; 6654; 6209; 970; 4320
Version 1.0
Discipline Humanities