Op basis van de resultaten van onderhavig bureauonderzoek geldt dat het westelijk deel van het plangebied een middelhoge verwachting heeft op het aantreffen van vindplaatsen vanaf het Laat Paleolithicum tot heden. Indien hier bodemverstorende activiteiten zullen worden uitgevoerd, dient vervolgonderzoek plaats te vinden in de vorm van karterende boringen. Conform de Leidraad inventariserend veldonderzoek (SIKB 2006b) dient te worden geboord middels een boorgrid van 20 bij 25 m (type Steentijd,middelgrote variant, basisnederzettingen en huisplaatsen, strooiing van overwegend vuursteen op zand).