In opdracht van de provincie Gelderland heeft EARTH Integrated Archaeology in juni 2026 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied langs de provinciale weg N348 tussen Zutphen en Warnsveld, gemeente Zutphen. Binnen het plangebied zijn grondverstorende werkzaamheden voorzien ten behoeve van verbeteringen aan de weg en de bijbehorende inrichting. Volgens de gemeentelijke archeologische beleidskaart/waardenkaart van de gemeente Zutphen ligt het plangebied binnen meerdere archeologische verwachtingszones. Het tracé doorsnijdt zones met een lage, middelhoge en hoge archeologische verwachting, plaatselijk ook in de nabijheid van bekende archeologische waarden. Deze beleidsmatige verwachting is juridisch vertaald in de regels van de vigerende bestemmingsplannen/het omgevingsplan. Omdat de voorgenomen werkzaamheden plaatselijk dieper reiken dan 50 cm –mv en de geldende vrijstellingsgrenzen overschrijden, is archeologisch onderzoek noodzakelijk.
Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting en het beoordelen van de mogelijke gevolgen van de voorgenomen ingrepen voor aanwezige of te verwachten archeologische waarden.
Op basis van het bureauonderzoek geldt voor het plangebied een gedifferentieerde archeologische verwachting. De verwachting is laag tot middelhoog voor resten uit het Mesolithicum, de Bronstijd, IJzertijd en Romeinse tijd, en plaatselijk middelhoog tot hoog voor resten uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Voor de Tweede Wereldoorlog geldt een middelhoge verwachting voor het meest
zuidelijke deel van het plangebied. De hoogste verwachting geldt voor de hogere
rivierduincomplexen, beekdalranden, enken, historische erven, de omgeving van Warnsveld, de SintMartinuskerk, het voormalige klooster Galileën, Het Oye en zones langs oude wegen en waterlopen.
De voorgenomen werkzaamheden zijn grotendeels beperkt van aard en blijven volgens de beschikbare gegevens meestal beperkt tot circa 0,6 m –mv. Waar de werkzaamheden plaatsvinden binnen bestaande wegcunetten, verhardingsopbouw, bermen of aantoonbaar verstoorde zones, is de kans op aantasting van intacte archeologische resten klein. Daarbij geldt wel dat de exacte aard en diepte van alle nutsvoorzieningen, lokale aanpassingen en uitvoeringsdetails mogelijk nog niet volledig bekend zijn. Wanneer werkzaamheden buiten bestaande verstoringen plaatsvinden of dieper reiken dan nu voorzien, dienen deze opnieuw aan de archeologische verwachting te wordengetoetst.
EARTH adviseert om het grootste deel van de voorgenomen werkzaamheden vrij te geven, voor zover deze beperkt blijven tot bestaande wegcunetten, verhardingsopbouw, bermen of aantoonbaar verstoorde zones en niet dieper reiken dan circa 0,6 m –mv. Uitzondering vormt het zuidelijke deel
van het plangebied ter hoogte van en nabij AMK-terreinen 12800 en 12801 en de tankgracht uit de Tweede Wereldoorlog. Voor werkzaamheden in deze zone die buiten bestaande verstoringen plaatsvinden of dieper reiken dan de bestaande verhardingsopbouw of het wegcunet wordt archeologische begeleiding
aanbevolen. Wanneer grotere aaneengesloten oppervlakken buiten bestaande verstoringen worden ontgraven binnen deze aandachtszones, kan inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven noodzakelijk zijn. De keuze tussen archeologische begeleiding en proefsleuvenonderzoek dient te worden afgestemd met het bevoegd gezag, de gemeente Zutphen. Dit advies vormt een selectieadvies en is op verzoek van opdrachtgever op 17 juni 2026 ter toetsing en goedkeuring voorgelegd bij het bevoegd gezag, de gemeente Zutphen. Op 18 juni 2026 is door
het Bevoegd Gezag aangegeven dat na enkele kleine aanpassingen en aanvullingen ingestemd kan worden met het advies. Op 19 juni 2026 is de rapportage definitief gemaakt. Op basis van dit onderzoek zal de bevoegde overheid een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met het risico archeologie. Daarbij dient vermeld te worden dat indien tijdens de uitvoering van werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, de wettelijke meldingsplicht conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet geldt. Vondsten dienen te worden gemeld bij
het bevoegd gezag, de gemeente Zutphen.